Sterrenwacht-Lente Sterrenwacht-Winter Sterrenwacht-Herfst Sterrenwacht-Lucht

Nieuws uit het Heelal

19-05-2016 Mars staat dichtbij de Aarde

De planeet Mars komt de komende tijd dicht bij de Aarde. Althans, dichterbij dan in jaren het geval is geweest. En dat levert mooie plaatjes op. De afstand is op 30 mei het kleinst: bijna 76 miljoen kilometer. Daardoor is Mars goed te zien met het blote oog. Bij zonsondergang staat Mars in het zuidoosten als een felgele stip aan de hemel. Tot half juni blijft hij zo dichtbij.

De laatste keer dat Mars zo dichtbij kwam, was in augustus 2003. Toen was de afstand zelfs nog kleiner: minder dan 56 miljoen kilometer, de kleinste afstand in duizenden jaren. De afstand tussen Mars en de Aarde is bij elke passage anders. Als Mars op zijn verste punt is, bedraagt die afstand 249 miljoen kilometer: ruim driemaal zo ver als de komende weken.

 

10-03-2016 Aardscheerder

Op 5 maart is het weer zover. Een planetoïde scheert dan ‘rakelings’ langs de Aarde. Op zich niets bijzonders, maar wetenschappers moeten gissen naar de dichtste benadering van dit stuk ruimtepuin.

Geen zorgen

We hoeven ons gelukkig geen zorgen te maken. Ruimtevaartorganisatie NASA stelt dat er op 5 maart in wezen geen kans is op een impact. Toch zou het zomaar kunnen dat planetoïde 2013 TX68, zoals het stuk ruimtepuin heet, de Aarde op zeer korte afstand passeert. De naderende planetoïde verbergt zich voortdurend in de schittering van de Zon, en is daardoor nauwelijks te observeren. Mogelijk vliegt hij voorbij op een afstand van veertien miljoen kilometer, maar liefst 35 keer de afstand van de Aarde tot de Maan. Maar de kans bestaat ook dat hij ons nadert tot slechts zeventienduizend kilometer, maar half zo hoog als de baan van veel geostationaire satellieten!

Gebrek aan data

De reden achter deze wijde variatie in schatting is een gebrek aan data. Wetenschappers konden het object in 2013 slechts drie dagen observeren, alvorens hij zoek raakte in de schittering van de Zon. De planetoïde nadert de Aarde vanuit de richting van de Zon, en zal lang verborgen blijven in haar schittering. Op de dag van de passage zal de planetoïde, zodra hij van de Zon af beweegt, hopelijk weer zichtbaar zijn voor waarnemers. Die waarnemingen zullen ons meer vertellen over hoe dicht het brokstuk de Aarde passeert.


Groter dan Tsjeljabinsk

Voorlopig is het dus ook gissen naar de precieze baan, de omvang, en het materiaal van de planetoïde. De meest ‘betrouwbare’ schattingen spreken van een doorsnee van ongeveer dertig meter. Dat maakt hem vijftig procent groter dan de meteoriet die drie jaar geleden explodeerde in het Russische Tsjeljabinsk. (Ruim duizend mensen raakten hierbij gewond, en de vrijgekomen hoeveelheid energie werd geschat op maar liefst vijfhonderd kiloton) Bij een inslag van 2013 TX68 zou ongeveer twee keer zoveel energie vrijkomen.

Kans veel te klein om je zorgen over te maken.

De kans op een impact op 5 maart is dus nihil, en ook op 28 september 2017, de datum waarop de planetoïde opnieuw langs de Aarde trekt, is deze kans te verwaarlozen. (1 op 250 miljoen)  De kansen zijn nog lager in de daaropvolgende passages in 2046 en 2097. Toekomstige observaties moeten meer duidelijkheid verschaffen.

4,09 miljoen kilometer

Het Minor Planet Center laat weten dat de ruimtesteen maandag 7 maart  langs onze planeet scheerde. 2013 TX68 naderde de Aarde tot zo’n 4,09 miljoen kilometer.


Omvang

Ook weten we nu iets meer over de omvang van de planetoïde. De ruimtesteen was tussen de 17 en 54 meter groot (wat aardig overeenkomt met schattingen die stelden dat de ruimtesteen een diameter van 30 meter zou hebben).

 

11-02-2016 Zwaartekrachtsgolven bestaan!

Voor het eerst zijn de rimpelingen in de ruimtetijd gemeten door twee LIGO-observatoria.

De zwaartekrachtsgolven zijn afkomstig van een paar zwarte gaten. Op een afstand van ruim 1,3 miljard lichtjaar van de Aarde zijn twee zwarte gaten steeds dichter om elkaar gaan draaien, wat uiteindelijk resulteerde in een samensmelting. De twee zwarte gaten waren respectievelijk 29 en 36 keer zo zwaar als de zon en draaiden net voor de samensmelting 75 keer per seconde (!) om elkaar heen. Nu is er een zwart gat ontstaan met een massa van 62 zonnen. Het totale proces duurde slechts 0,2 seconden. Wetenschappers hebben nu de zwaartekrachtsgolven die tijdens de samensmelting ontstonden opgevangen.

Wat zijn zwaartekrachtsgolven?

Zwaartekrachtsgolven zijn rimpels in de ruimtetijd. Albert Einstein stelde ruim honderd jaar geleden dat onmogelijk is om te spreken over tijd en ruimte als afzonderlijke entiteiten. De vier dimensies van de ruimtetijd zijn lengte, breedte, hoogte en  duur.

Je moet je de ruimtetijd voorstellen als een vel papier. Planeten en sterren liggen als knikkers op dit vel, waardoor de ruimtetijd lokaal gekromd is. Daarnaast reizen er golven door de ruimtetijd. Dit zijn zwaartekrachtsgolven, die ontstaan bij hele bijzondere gebeurtenissen, bijvoorbeeld wanneer twee zwarte gaten fuseren of wanneer een gigantische ster ontploft. Je kunt het vergelijken met wanneer je een steentje in een plas water gooit. Om het steentje ontstaan direct kringen.

Waarom zijn zwaartekrachtsgolven nu pas ontdekt?

Op het strand zijn golven in de zee makkelijk te spotten. Waarom niet in de ruimte? Dit komt omdat de hele Aarde op een golf meebeweegt. Voorbeeld:  je rijdt met een snelheid van 120 kilometer per uur op de linkerrijstrook en de automobilist naast je rijdt ook exact 120 kilometer per uur, dan lijkt het alsof zijn auto niet beweegt, maar dat is visueel bedrog. Dit geldt ook voor zwaartekrachtsgolven. De enige manier om ze te vinden is door op meerdere plekken metingen te verrichten en deze metingen vervolgens naast elkaar te leggen.

Hoe doen ze dat?

In twee vacuümbuizen van vier kilometer lang wordt de lengte van een bundel infraroodlicht gemeten. Met deze apparatuur is het mogelijk om piepkleine variaties te meten in de lengte van de bundel, zelfs als die variaties kleiner zijn dan een duizendste van de diameter van een atoom!

Wat hebben we eraan?

Wetenschappers kunnen zwaartekrachtsgolven gebruiken om meer te leren over het heelal. Een zwart gat zendt geen lichtdeeltjes uit, waardoor wij nooit weten wat er exact gebeurt in een zwart gat. Zwaartekrachtsgolven kunnen door geen enkele vorm van materie worden tegengehouden, waardoor we naar deze rimpels kunnen luisteren om meer te weten te komen over zwarte gaten.

Dankzij zwaartekrachtsgolven kunnen wij ook achterhalen wat er kort na het ontstaan van het heelal allemaal gebeurde. Maar omdat de oerknal bijna veertien miljard jaar geleden plaatsvond, zijn de zwaartekrachtsgolven heel erg zwak in het huidige heelal.

20-01-2016 Toch negen planeten in ons zonnestelsel?

Wetenschappers van Caltech beweren dat ons zonnestelsel wellicht niet uit acht, maar uit negen planeten bestaat. Computersimulaties wijzen erop dat er ver voorbij de Kuiper gordel, in de verre buitenwijken van ons zonnestelsel, zich een Neptunus-achtige planeet zou kunnen bevinden.

De onderzoekers beweren dat de afstand van deze planeet tot de Zon ongeveer twintig keer groter is dan de gemiddelde afstand van Neptunus tot de Zon. (Neptunus is 4,5 miljard kilometer van de Zon verwijderd) Dat betekent dat een ruimteschip in totaal 90 miljard kilometer moet afleggen om de negende planeet te bereiken!

Jammer genoeg valt er verder niet veel concreets over die planeet te zeggen. De modellen laten ruimte voor allerlei combinaties van massa, baanvorm en gemiddelde afstand tot de Zon. Een van de mogelijkheden is dat deze planeet is tien keer groter dan de Aarde en 500 keer zwaarder dan Pluto is, en dat hem nooit dichter bij de Zon brengt dan 280 astronomische eenheden (zeven keer de afstand Zon-Neptunus).

Waar komt deze planeet vandaan?

Ook is er nog onzekerheid over de oorsprong van de negende planeet. Is het een planeet die niet rondom de Zon geboren is, maar is ‘gevangen’ door de Zon? Waarschijnlijk niet. Men vermoedt dat deze Neptunus-achtige planeet 4,5 miljard jaar geleden, toen ons zonnestelsel ontstond,  is weggeslingerd door Jupiter en Saturnus. Op dit moment is de ruwe baan van de negende planeet bekend, maar de exacte locatie helaas nog niet.

Nu maar hopen dat de negende planeet ook echt bestaat. De simulaties vormen immers geen direct bewijs. We blijven het volgen.

20-01-2016

Voor vroege vogels belooft het een mooie maand te worden. Sinds woensdagochtend 20 januari zijn ‘s morgens de vijf helderste planeten op één lijn te zien. Mercurius, Venus, Mars Jupiter en Saturnus zijn helder genoeg om met het blote oog waar te nemen. Voor een ieder die voor zonsopgang wakker is een absolute aanrader!

Jupiter stijgt in het midden van de avond al. Mars, Saturnus en Venus volgen, waarna Mercurius net voor het licht wordt te zien is. Ook de ster Spica staat aan de hemel.

Mercurius zal nog lastig zijn om die in de schemering te ontdekken. Daarvoor kan je het beste een verrekijker hebben en goed uitzicht op de lage oostelijke horizon. Pas daarbij wel op dat je niet in de Zon kijkt zodra deze tevoorschijn komt! Dat je de vijf planeten allemaal op één lijn aan de hemel kunt zien, is ongeveer een maand zichtbaar. Dit is vrij uniek want ruim tien jaar geleden was de laatste keer dat er vijf planeten op een rij stonden.

Staan de planeten dichter bij elkaar?

Nee, dat is niet het geval. De planeten staan nog altijd miljoenen mijlen van elkaar vandaan. Dat de planeten toch samen te zien zijn komt door hun positie ten opzichte van de Zon, die de planeten verlicht. Omdat wij vanaf de Aarde geen diepte kunnen zien, lijkt het alsof de planeten dichter bij elkaar staan.

11-01-2016 NASA opent afdeling om de Aarde te beschermen tegen meteorietinslagen

De afdeling coördineert alle (internationale) maatregelen die getroffen worden om de Aarde te beschermen tegen een meteorietinslag.

De werkzaamheden van de gloednieuwe afdeling lopen breed uiteen. Zo moet de afdeling potentieel gevaarlijke ruimtestenen opsporen en blijven volgen. Maar de afdeling moet ook een leidende rol op zich nemen wanneer een ruimtesteen daadwerkelijk op de Aarde afstevent en diverse ruimtevaartorganisatie en overheden de handen ineen moeten slaan.

Ruimtestenen opsporen

Het is niet zo dat NASA met de oprichting van de afdeling nu pas oog krijgt voor ruimtestenen die wellicht een risico vormen voor (het leven op) de Aarde. Al sinds 1998 zoekt NASA actief naar ruimtestenen die in de (verre) toekomst een gevaar voor de Aarde kunnen vormen. Tot op heden zijn er meer dan 13.500 van die aardscheerders ontdekt. En elk jaar komen daar nog zo’n 1500 ruimtestenen bij.

Ruimtestenen bijsturen

Ook wordt er al langer gewerkt aan methoden om een eventuele inslag af te wenden. Zo denkt NASA een ruimtesteen die op de Aarde afstevent van baan te kunnen doen veranderen. Die technologie zal de ruimtevaartorganisatie in de toekomst demonstreren tijdens de Asteroid Redirect Mission (ARM) waarbij gepoogd zal worden een stukje van een planetoïde in een baan rond de Maan te plaatsen, waarna het uitgebreid bestudeerd en door mensen bezocht kan worden. En in samenwerking met ESA hoopt NASA in 2022 de baan van een ruimtesteen te veranderen door een ruimtesonde op de steen te laten crashen.

6-08-2015 Perseïdenzwerm weer op komst

Zorg dat je voldoende wensen klaar hebt liggen, want de komende tijd kun je, bij helder weer, wel zestig vallende sterren per uur zien! Met name in de nacht van 12 op 13 en 13 op 14 augustus zijn er als het weer meewerkt veel meteoren te zien.

Swift-Tuttle

Het flinke aantal vallende sterren hebben we te danken aan de komeet Swift-Tuttle. De Aarde beweegt namelijk ieder jaar rond deze tijd door de baan van deze komeet heen. En in die baan bevinden zich veel stofdeeltjes en puin dat door de komeet is achtergelaten. De stofdeeltjes komen de dampkring van de Aarde binnen en botsen met moleculen in de lucht. Daarbij komt energie vrij in de vorm van een lichtflits. Die lichtflits is als het herlder is vanaf het oppervlak van de Aarde te zien en noemen we ook wel een ‘vallende ster’ (ook al heeft het dus niets met vallende sterren te maken).

Waarom de Perseïden?

Ze zijn vernoemd naar het sterrenbeeld waaruit ze vandaan lijken te komen: Perseus.

Piek

Je kunt nu al flink wat vallende sterren bewonderen, maar rond 13 augustus piekt het aantal meteoren. Dan zijn er tientallen ‘vallende sterren’ per uur te zien. Tenminste: als het helder is.

De maan

Een andere factor die van belang is, is maanlicht. Zo zul je bij volle maan aanzienlijk minder meteoren spotten, omdat het maanlicht ze aan het zicht onttrekt. Wat dat betreft hebben we dit jaar goed nieuws: er is wanneer de Perseïden pieken geen storend maanlicht.

12-03-2015 Eerste gigantische zonnevlam van 2015

De zon is lekker actief en spuwde gisteren een x-klasse zonnevlam. Dit is de zwaarste categorie voor zonnevlammen. De x2,2-klasse zonnevlam piekte woensdag om 17:22 uur Nederlandse tijd en was naar de Aarde gericht.



De zonnevlam ontstond in het actieve gebied AR12297. Dit gebied bestaat uit meerdere zonnevlekken. De grootste vlek is groter dan de Aarde.

Bij de zonnevlam werden veel elektrisch geladen deeltjes de ruimte in gegooid. Het is echter onbekend of de zonnewind de aarde gaat raken. Als dit gebeurt, dan is er een kans dat er noorderlicht vanuit Nederland en België te zien is.

19-2-2015 Bijzondere komeet

Een bijzondere komeet heeft recent een scheervlucht langs de Zon gemaakt én deze overleefd, zo blijkt uit beelden van SOHO. Mogelijk is de heldere komeet ergens in de komende weken zelfs vanaf de Aarde te zien.

De komeet scheerde vorige week langs de zon en wordt door NASA bestempeld als ‘uitzonderlijk’. Dat heeft twee redenen. Ten eerste omdat de komeet geen onderdeel uitmaakt van een ons bekende groep kometen. En dat is bijzonder: de meeste kometen die we tot op heden langs de zon hebben zien scheren, behoren tot de Kreutz-familie. Alle kometen die tot deze familie behoren zijn brokstukken die eeuwen geleden van één gigantische komeet zijn afgebroken.

Gered!

Maar er is nog een reden om deze komeet als ‘ongebruikelijk’ te bestempelen. De meeste kometen die zo dicht bij de zon in de buurt komen dat het zonneobservatorium SOHO ze kan zien, overleven hun scheervlucht niet. Ze verdampen in het zonlicht. Maar deze komeet naderde het oppervlak van de zon tot zo’n 3,5 miljoen kilometer en overleefde dat.

Hoe het nu verder zal gaan met de komeet (die de naam C/2015 D1 heeft gekregen) is onduidelijk. Het kan zijn dat deze nog een lang en gelukkig leven tegemoet gaat en deze in de komende weken zelfs vanaf de aarde zichtbaar is. Maar het kan ook zijn dat de scheervlucht toch te veel van het goede is geweest en de komeet binnenkort alsnog het loodje legt.


15-1-2015 Eerste grote zonnevlam van 2015

NASA heeft een foto vrijgegeven van wat volgens de ruimtevaartorganisatie de eerste noemenswaardige zonnevlam van 2015 is. Het is een prachtige foto waarop we een zonnevlam uit de M-klasse te zien krijgen.


De zonnevlam ontstond begin deze week en werd door NASA’s Solar Dynamics Observatory vereeuwigd. Je ziet de zonnevlam aan de rechterzijde van de zon.

Straling

Zonnevlammen zijn eigenlijk niets anders dan stralingsuitbarstingen. Die straling kan niet door de atmosfeer heendringen, maar wel voor storing zorgen in de atmosferische laag waarin GPS- en communicatiesignalen zich bevinden. De uitbarsting moet dan wel groot, intens en op de Aarde gericht zijn.

Klasse

Zonnevlammen worden in drie klassen ingedeeld. Klasse C betreft kleine uitbarstingen die nauwelijks invloed hebben op de Aarde De M-klasse zijn matige uitbarstingen die er bijvoorbeeld voor kunnen zorgen dat radioverbindingen uitvallen. En de grootste zonnevlammen vallen in de X-klasse. Zij kunnen ervoor zorgen dat zelfs elektriciteitscentrales op Aarde in het nauw komen. De eerste noemenswaardige zonnevlam van 2015 is geclassificeerd als een M5.6-zonnevlam. De cijfers vertellen iets over de intensiteit van de zonnevlam (een M2 is twee keer zo intens als een M1). De zonnevlam heeft mogelijk de communicatie op frequenties onder de 10 MHz verstoord, maar heeft verder geen gevolgen voor de Aarde.

De laatste maanden is er regelmatig nieuws te melden over de Zon. Zo was er in oktober nog  een reusachtige zonnevlek op 'onze' ster (de Aarde paste er ongeveer tien keer in!). De Zon bevindt zich momenteel in het actieve deel van zijn elf jaar durende cyclus: het zonnemaximum.

9-1-2015 Ruimtesonde Dawn bijna bij dwergplaneet Ceres

Voor het eerst in de geschiedenis van de mensheid zal er dit jaar een ruimtesonde rond een dwergplaneet gaan cirkelen. In maart 2015 komt ruimtesonde Dawn na een lange reis, en een tussenstop bij protoplaneet Vesta, aan bij de dwergplaneet Ceres.



Dawn werd in 2007 gelanceerd. Vanaf dat moment was al wel duidelijk dat de sonde geschiedenis zou gaan schrijven. Zo is het het eerste ruimtevaartuig dat zich permanent in de planetoïdengordel tussen Mars en Jupiter vestigde. Bovendien is Dawn het eerste ruimtevaartuig dat tijdens zijn reis baantjes trekt rond niet één, maar twee hemellichamen!

Vesta

Toen Dawn in 2007 gelanceerd werd, zette deze namelijk niet koers richting Ceres, maar richting Vesta. In 2011 ging Dawn rond de protoplaneet cirkelen. Gedurende veertien maanden bestudeerde Dawn de protoplaneet vanaf een hoogte die varieerde tussen de 2735 en 177 kilometer. Terwijl Dawn rond Vesta cirkelde, onthulde de sonde het ene na het andere geheim van de planetoïde. Zo weten we nu dat Vesta’s korst aanzienlijk dikker is dan gedacht (zo’n tachtig kilometer). Ook hebben onderzoekers op basis van de gegevens die Dawn verzamelde een geologische en tektonische kaart van de planetoïde kunnen maken. Daarnaast ontdekte Dawn kanaaltjes op Vesta die wel eens uitgekerfd kunnen zijn door water. Een andere bijzondere conclusie die wetenschappers op basis van Dawns gegevens kunnen trekken, is dat de protoplaneet voor eeuwig jong blijft, doordat de oppervlaktelaag altijd in beweging is.


Een foto van Vesta, opgebouwd uit beeldmateriaal dat Dawn verzamelde.

Onderweg

In september 2012 nam Dawn weer afscheid van Vesta. De ruimtesonde moest door. Door naar Ceres. Inmiddels zijn we meer dan twee jaar verder en is Dawn nog altijd onderweg. Naar verwachting komt de ruimtesonde daar in maart 2015 aan. Het is een moment om naar uit te kijken. Tot op heden weten we namelijk verbijsterend weinig over Ceres. We hebben zelfs nog geen degelijke foto van de dwergplaneet kunnen maken. Dawn zal daar verandering in brengen; de sonde zal niet alleen met superscherpe foto’s van Ceres op de proppen komen, maar hopelijk ook een schat aan informatie over de dwergplaneet verzamelen. Zo moet Dawn onder meer achterhalen hoe Ceres exact in elkaar steekt.

Overeenkomsten en verschillen

Planetoïde Vesta en dwergplaneet Ceres hebben het één en ander met elkaar gemeen. Zo maken ze beiden deel uit van de planetoïdengordel. Sterker nog: het zijn de twee meest massieve objecten die in deze gordel te vinden zijn. Maar er zijn ook verschillen. Zo is Vesta rotsachtig, terwijl Ceres naar verwachting grote hoeveelheden ijs bevat. Ceres is ook ietsje groter dan Vesta: ongeveer 975 bij 909 kilometer, terwijl Vesta het met afmetingen van ongeveer 578 bij 560 kilometer moet doen. Een ander opvallend verschil is natuurlijk hun classificering: Vesta is een planetoïde, terwijl Ceres een dwergplaneet is (de enige dwergplaneet die in de planetoïdengordel tussen Mars en Jupiter te vinden is).

Waarom Vesta en Ceres?

Maar waarom doet NASA nu eigenlijk zoveel moeite om beide hemellichamen te bezoeken? Daar heeft de Amerikaanse ruimtevaartorganisatie goede redenen voor. Vesta en Ceres zijn vroeg in de geschiedenis van ons zonnestelsel tot stand gekomen en in de tussentijd maar weinig veranderd. Wetenschappers verwachten dan ook dat deze twee hemellichamen ons veel meer kunnen vertellen over de omstandigheden in het jonge zonnestelsel. Dat er uiteindelijk gekozen is voor een bezoek aan Vesta en Ceres heeft bovendien te maken met het feit dat de twee, hoewel ze in dezelfde periode en onder vergelijkbare omstandigheden zijn ontstaan, toch uit zijn gegroeid tot twee heel verschillende hemellichamen. Vesta is droog en lijkt op de rotsachtige hemellichamen die we dichter bij de zon aantreffen (zoals de Aarde), terwijl Ceres meer doet denken aan de grote, ijzige manen die we op grote afstand van de zon aantreffen. Door Ceres en Vesta te bestuderen, moet Dawn een beeld krijgen van de evolutie die beide hemellichamen doormaakten en de omstandigheden in het jonge zonnestelsel.

Spectaculair

Het eerste deel van Dawns missie zit erop, maar het tweede deel is misschien nog wel spannender. Wat gaat de ruimtesonde op Ceres aantreffen? We moeten nog heel even geduld hebben; pas in maart zal Dawn bij de dwergplaneet arriveren. De eerste foto’s van Ceres gemaakt door Dawn beginnen echter al binnen te druppelen en naarmate de tijd verstrijkt, zullen die foto’s alleen maar gedetailleerder en spectaculairder worden.

Zet het dus in je agenda: in maart 2015 settelt een ruimtevaartuig zich voor de allereerste keer in een baan rond een dwergplaneet. De primaire missie van Dawn loopt vervolgens nog door tot juli 2015. En dan? Dat is nog onduidelijk. Als Dawn nog in staat is om te werken, kan NASA ervoor kiezen de missie te verlengen en langer dan gepland onderzoek te doen naar Ceres. Het is echter ook goed mogelijk dat de sonde tegen die tijd aan het eind van zijn Latijn is. In dat geval komt aan het werk van Dawn na bijna acht jaar een eind. Dawn zal zich aan het eind van zijn leven niet op het oppervlak van Ceres storten. Er zijn aanwijzingen dat op Ceres water (voornamelijk in de vorm van ijs, maar wellicht ook een beetje in vloeibare vorm ) en organische stoffen te vinden zijn. Het betekent dat we op deze dwergplaneet wellicht de ingrediënten en omstandigheden aantreffen die op Aarde leidden tot het ontstaan van leven. Dat zijn omstandigheden die NASA wil beschermen (omdat ze ons in een later stadium wellicht meer kunnen vertellen over hoe het leven op Aarde is ontstaan). En daarom is afgesproken dat Dawn in ieder geval in de eerste vijftig jaar na zijn aankomst bij Ceres niet het oppervlak van de dwergplaneet mag raken (en dus besmetten met aards materiaal in en op het ruimtevaartuig). Waarom de eerste vijftig jaar niet? De gedachte hierachter is dat vijftig jaar de mensheid voldoende tijd biedt om een tweede sonde naar Ceres te sturen en voor besmetting door Dawn alle informatie die Ceres te bieden heeft, te verzamelen. Overigens is er geen enkele aanwijzing dat een uitgeputte Dawn op korte termijn op Ceres neer zal storten. NASA schat in dat de sonde, zelfs nadat de brandstof op is, in staat moet zijn om zijn baan rond Ceres gedurende lange tijd (mogelijk zelfs millennia op rij) vast te houden. Grote kans dus dat de sonde die momenteel de kinderjaren van ons zonnestelsel bloot probeert te leggen ons allemaal overleeft.