Sterrenwacht-Lente Sterrenwacht-Winter Sterrenwacht-Herfst Sterrenwacht-Lucht

Ons Zonnestelsel

Ons Zonnestelsel bestaat uit de volgende hemellichamen:

Zon. De Zon is een ster, een enorme gasbol die voortdurend licht en warmte uitstraalt. De Zon is voor ons van levensbelang. Dankzij haar licht en warmte is er leven op Aarde mogelijk. De Zon is de ster waar de Aarde omheen draait. Eigenlijk is de Zon zomaar een ster in zomaar een sterrenstelsel. Ten opzichte van alle sterren heeft onze Zon een gemiddelde grootte maar ten opzichte van de Aarde is de Zon enorm: de Aarde past er een miljoen keer in! De Zon is het middelpunt van ons Zonnestelsel. Overigens beweegt de Zon ook: met een snelheid van zo’n 792000 km/u draait hij om het middelpunt van de Melkweg.

Mercurius. Mercurius is de kleinste planeet van ons zonnestelsel en staat het dichtst bij de Zon. Haar gemiddelde afstand tot de Zon is slechts 58 miljoen kilometer. Zo dicht bij de Zon kan de temperatuur op Mercurius overdag oplopen tot wel 465 graden Celsius. In de nacht daalt de temperatuur tot zo'n -185 graden Celsius. In kraters nabij de polen van Mercurius, waar nooit zonlicht komt, bestaat misschien zelfs ijs. Op het eerste gezicht lijkt het oppervlak van Mercurius erg veel op dat van de Maan.

Venus. Van alle planeten is Venus de helderste aan de hemel en is de tweede planeet vanaf de Zon gerekend en de meest nabije buur van onze Aarde. Als ze elkaar het dichtst naderen is de onderlinge afstand slecht 41 miljoen kilometer. Venus is bijna net zo groot als de Aarde. De atmosfeer van Venus bestaat  voornamelijk uit kooldioxide. Omdat kooldioxide zonnewarmte vast houdt is de temperatuur op Venus ten gevolge van het broeikaseffect ongeveer 475 graden Celcius. Het oppervlak van Venus kent ongeveer duizend grote inslagkraters, elk meer dan drie kilometer in doorsnede. Ook vulkanen zijn overal aanwezig op Venus.

Aarde. Onze planeet waarop wij leven bestaat voor zeventig procent uit water en  beschikt over een dichte dampkring met precies de goede verhouding stikstof en zuurstof om te kunnen leven. Het is een levende planeet met vulkanen, aardbevingen en steeds wisselende weersomstandigheden.

Maan. Onze Aarde heeft één Maan. Deze draait om de Aarde in een net niet perfecte cirkelbaan (een ellips). Daarom staat de Maan soms dichterbij en soms iets verder van de Aarde af. De gemiddelde afstand is echter zo’n 385 000 km. De Maan draait ook nog eens om z’n eigen as. Dat duurt precies even lang als zijn rotatie om de Aarde.

Mars. Dit is de vierde planeet vanaf de Zon en is rood van kleur. Dit wordt veroorzaakt door het roestige ijzer in de Marsiaanse bodem.  Op een warme zomerdag kan de temperatuur op Mars mogelijk net boven het vriespunt (0 graden Celcius) uitkomen. Gemiddeld is de temperatuur echter zo'n 50 graden lager. In de winter kan de temperatuur op de polen dalen tot ongeveer -125 graden Celsius. Het is zo koud omdat de afstand van Mars tot de Zon zo'n anderhalf keer zo groot is als die van de Aarde tot de Zon, en omdat de atmosfeer er te ijl is om via het broeikaseffect warmte vast te houden. Het Marslandschap is zeer gevarieerd. Er zijn vulkanen, kloven, natuurlijke kanalen en valleien, en zowel de noordpool als de zuidpool zijn bedekt met kooldioxide sneeuw. De vulkanen op Mars zijn nog steeds actief. De grootste vulkaan op Mars is Olympus Mons. Deze enorme berg is de grootste in ons zonnestelsel.

Jupiter. Jupiter is de grootste planeet van ons zonnestelsel en is een gasplaneet. De planeet bestaat voornamelijk uit waterstof. Jupiter is veruit de grootste en zwaarste planeet in ons zonnestelsel. De planeet draait slechts in 10 uur rond zijn as. Jupiter heeft daarmee de kortste dag van alle acht planeten.

Jupiter is de eerste zogenaamde gasplaneet. Op het oppervlak zijn een aantal wolkenbanden te zien die rond de hele planeet lopen. De meest spectaculaire structuur op het oppervlak van Jupiter is een grote rode vlek iets ten zuiden van de evenaar. Deze structuur wordt de Grote Rode Vlek genoemd. Het is een enorme wervelstorm, zo groot als de Aarde, die eens in de zeven dagen rondspint met windsnelheden aan de rand die tot 400 kilometer per uur kunnen oplopen en die al meer dan honderd jaar bestaat.

In het ontstaan van het zonnestelsel is Jupiter van groot belang geweest. Door zijn grote massa botsten veel van de kleinere brokstukken die in de beginfase van de vorming van het zonnestelsel rondzweefden met Jupiter, waardoor de binnendelen van het zonnestelsel werden schoongeveegd. Ook nu nog schermt Jupiter bijvoorbeeld de Aarde af van heel wat meteorietinslagen.

Saturnus. Saturnus is misschien wel het mooiste planeet vanwege een prachtig stel ringen. Ook Saturnus is een gasplaneet. De ring rond Saturnus, de zesde planeet in ons zonnestelsel, werd in 1610 voor het eerst wazig gezien door de Italiaanse natuurwetenschapper Galileo Galilei. Met een betere telescoop kon de Nederlander Christiaan Huygens in 1656 duidelijk zien dat het eigenlijk een aantal verschillende ringen zijn. Saturnus heeft geen vast oppervlak, maar een gasvormige atmosfeer die naar binnen toe steeds dikker en dikker wordt.

Uranus. Uranus is ook een grote gasvormige planeet. Het oppervlak is blauw en vrijwel egaal. Opvallend aan Uranus is de stand van de rotatie-as. Deze is namelijk 98 graden gekanteld ten opzichte van het baanvlak van de planeet. Hierdoor duurt een dag op Uranus even lang als een Uranusjaar, ongeveer 84 aardse jaren, hoewel een draaiing om de as slechts 17 uur en een kwartier duurt. Mogelijk is de scheve stand van de as veroorzaakt door een botsing met een mini planeet. Uranus bezit ook een ringenstelsel (hoewel niet zo duidelijk als bij Saturnus) .

Neptunus. Neptunus is het verst van de Zon verwijderd van de acht planeten. Hij staat op 4,5 miljard kilometer afstand. Neptunus lijkt qua samenstelling en grootte veel op Uranus. De atmosfeer is minder egaal dan die van Uranus. Net als in  de atmosfeer van Jupiter bevinden zich in die van Neptunus ook enkele grote vlekken. Neptunus heeft een ietwat grotere dichtheid dan Uranus. Bij Neptunus is een inwendige energiebron gemeten, waardoor de planeet ongeveer dezelfde temperatuur heeft als Uranus. Ook Neptunus heeft een ringenstelsel.

Een heleboel Dwergplaneten waaronder Pluto. Dwergplaneten zijn groter dan planetoïden maar kleiner dan planeten. Pluto mag sinds 2006 geen planeet meer heten. Een hemellichaam is een dwergplaneet, wanneer het zich in een baan om de zon beweegt en zo groot is dat het door de eigen zwaartekracht rond is geworden.

Het verschil met een gewone planeet is dat een dwergplaneet niet zwaar genoeg is om al het stof en puin, dat zich in de ruimte om haar heen bevindt, naar zich toe te trekken. Ook mag een dwergplaneet geen maan van een andere planeet zijn.

Op dit moment zijn er vijf dwergplaneten (Ceres, Pluto, Eris, Makemake en Haumea), maar er wachten nog een groot aantal objecten in de Kuipergordel om ook tot dwergplaneet te worden omgedoopt.

Een heleboel manen en maantjes. Een maan is een hemellichaam dat rond een planeet of dwergplaneet draait.

Planetoiden. Planetoïden (of asteroïden) zijn stukken materie die zich evenals planeten en dwergplaneten in een baan om de Zon bewegen.

Kometen. Kometen zijn een soort vuile sneeuwballen met een doorsnede van 5 tot 50 kilometer die meestal in een zeer langgerekte elliptische baan rondom de Zon bewegen en bestaan uit ijs en gas, vermengd met rotsdeeltjes. Een komeet wordt vaak verward met een asteroïde. Een verschil is dat een komeet,  als hij dichter bij de Zon komt,  een staart van stof en plasma achterlaat.

Stof, Gruis en Gas. Een meteoroïde is een stofdeeltje, stukje steen of een stukje ijs dat door de ruimte zweeft. Het kan van een komeet afgebroken zijn of gewoon een overblijfsel van het ontstaan van het zonnestelsel. Meteoroïden zijn groter dan interplanetair stof maar kleiner dan planetoïden. Komt een meteoroïde vanuit de ruimte door de atmosfeer en slaat hij in op Aarde dan noemen we dat een meteoriet