Sterrenwacht-Lente Sterrenwacht-Winter Sterrenwacht-Herfst Sterrenwacht-Lucht

Weersverschijnselen

Regen 

Dit zijn vloeibare deeltjes bestaande uit druppeltjes van 0,5 tot 6 mm. Grotere druppeltjes worden, als zij uit een wolk vallen, door de wrijving met de lucht uit elkaar geslagen.

Regen is de meest voorkomende vorm van neerslag. Voor één enkele regendruppel zijn meer dan een miljoen wolkendruppeltjes nodig! Regendruppels kunnen kortstondig en heftig uit buien vallen of langdurig en gestaag als gevolg van een warmtefront passage. In de meteorologie wordt  verder onderscheid gemaakt in de intensiteit van de neerslag.

Licht                      t/m 1 mm /uur

Matig                     1 t/m 5 mm / uur

Zwaar                    > 5 mm / uur

Wolkbreuk           > 10 mm / 5 minuten

Wolkbreuk           > 25 mm / uur

Motregen

Motregendruppeltjes hebben een doorsnede tussen 0,1 en 0,5 mm. Bij grotere druppeltjes spreken we van regen en bij nog kleinere van mist of zware nevel. Meestal valt motregen uit een egaal en grijs laaghangend wolkendek, dat soms zelfs de grond raakt.

Zelfs voor de zeer kleine motregendruppeltjes zijn nog duizenden wolkendruppeltjes nodig. De intensiteit van motregen wordt uitgedrukt in het zicht tijdens het vallen van de neerslag.

Licht                      zicht is 2 - 4 km

Matig                     zicht is 1 - 2 km

Zwaar                    zicht is 500 - 1000 meter

In Nederland regent het jaarlijks gemiddeld zo’n 600 uur. Het is dus gemiddeld 8160 uur droog! Per vierkante meter valt er gemiddeld 800 mm water naar beneden.

Buiten de poolgebieden is regen de meest voorkomende vorm van neerslag. Vallende regendruppels worden vaak afgebeeld in de vorm van tranen of peren. Dit is echter geen juiste voorstelling. Kleine regendruppels zijn vrijwel bolvormig, waarbij de oppervlaktespanning groter is naar mate de diameter kleiner is. Vanaf een zekere grootte worden ze in de val door de luchtweerstand aan de onderkant afgeplat. Bij hele grote druppels kan zelfs een soort paraplu-vorm voorkomen. Grote regendruppels vallen sneller dan kleine, wat niet wordt veroorzaakt door de versnelling van de zwaartekracht maar door de luchtweerstand die voor de kleine druppels relatief groter is. Voor de kleinste druppels, zoals in mist, is lucht bij wijze van spreken zo taai als stroop. Zij dalen namelijk met een snelheid van bijvoorbeeld 1 cm per uur.

Regenboog

Een regenboog is de gekleurde cirkelboog die een waarnemer vanuit zijn gezichtspunt in de lucht ziet staan als de (laagstaande) zon tegen een nevel van waterdruppeltjes aanschijnt. Afhankelijk van de omstandigheden kan de intensiteit van de kleuren van de regenboog nogal verschillen, evenals de breedte van de kleurbanen. De kleurintensiteit en de breedte van de boog zijn afhankelijk van de grootte van de regendruppels. Hoe groter de druppels, des te smaller de regenboog, maar ook des te sterker de kleuren in het algemeen. De meest voorkomende druppels hebben een middellijn van 0,4 - 10,0 mm. Als de druppels vervormen tijdens hun val of trillen, dan vervaagt de regenboog.

Onweer

Een onweersbui komt zelden alleen. De bui maakt meestal deel uit van een zogenaamd buiencomplex met diverse actieve cellen. De meeste bliksemflitsen komen aan de voorzijde van de buiencel voor. Na de passage van de bui volgt al vrij snel de neerslag waardoor de bliksemflitsen van de wegtrekkende bui minder goed te zien zijn. Ook de donder van de wegtrekkende bui is, tegen de wind in, nauwelijks hoorbaar. Inmiddels nadert de volgende actieve buiencel. Omdat het vaak minder hard regent tussen de buiencellen in zijn de bliksemflitsen van de volgende bui weer goed te zien. Ook de donder is weer luid en duidelijk te horen omdat de bui die op ons afkomt immers met de wind meetrekt.

Zo lijkt het of het onweer steeds nadert en maar niet wegtrekt. Dit is een verschijnsel dat overal in het landschap optreedt. Echter in de nabijheid van een rivier is het verleidelijk om die als veroorzaker aan te wijzen.

Alleen warmteonweer dat ontstaat door plaatselijke hitte en geen verband houdt met de passage van een front kan invloed ondervinden van de ondergrond zoals meren en rivieren. Warmteonweer ontstaat echter bij voorkeur boven droge streken die gemakkelijk en snel door de zon kunnen worden opgewarmd zoals bijvoorbeeld de Veluwe of de Kempen. Bij een dergelijk warmteonweer waait het op enige hoogte in de atmosfeer nauwelijks. Hierdoor blijft de bui lange tijd boven de zelfde lokatie  hangen en regent ter plaatse helemaal uit.

Bliksem

Bliksem is een elektrische ontlading in de atmosfeer. Het is het hoofdverschijnsel van onweer en het heeft donder als bijverschijnsel.

Tornado's en Orkanen

Wat is het verschil tussen een tornado en een orkaan? En zijn er overeenkomsten tussen een tornado en een orkaan?

Overeenkomst

Wat hebben een tornado en een orkaan gemeen? Zowel een tornado als een orkaan bestaat uit draaiende wind. Eigenlijk houdt hier de vergelijking tussen een tornado en een orkaan op. Er zijn meer verschillen dan overeenkomsten. Hieronder een kleine omschrijving wat een tornado en wat een orkaan is.

Wat is een tornado?

Een tornado is een snel ronddraaiende windhoos. Een tornado is pas een echte tornado wanneer de bovenste helft onder een flinke onweersbui hangt en het onderste gedeelte van de tornado contact maakt met de grond. Soms heeft een tornado meerdere slurven. Een tornado ontstaat op het land.

Wat is een orkaan?

Een orkaan is een allervernietigende wind en ontstaat op warm tropisch water. De beginfase van een orkaan word een Tropische Depressie genoemd. Orkanen hebben verschillende benamingen, afhankelijk in welk gebied op aarde zij ontstaan:

Orkaan, ontstaat in het Caribisch gebied,

Cycloon, ontstaat in de Indische oceaan,

Tyfoon, ontstaat in de Stille oceaan.

Hurricane, ontstaat bij  in West Indië.  (De Amerikanen noemen tropische Orkanen, Cyclonen of Tyfonen: Hurricane)

Verschillen

Ontstaan.

Tornado: ontstaat op land.

Orkaan: ontstaat op (tropisch) water.

De grootte tussen deze twee draaiende winden.

Tornado: Een tornado kan een breedte bereiken van zo´n 700 à 800 meter. Een zware tornado met een strekte F4 of zelfs F5 kan een doorsnede halen van anderhalve kilometer.

Orkaan: Een flinke tropische orkaan kan een breedte bereiken van een paar kilometer. Een flinke tropische storm kan een doorsnede bereiken van 300 à 800 kilometer!

De voorspelling.

Tornado: Een tornado is bijzonder moeilijk om te voorspellen. Een satelliet kan een flinke onweersbui en een onweercomplex zien, maar kan geen tornado´s waarnemen. Het waarschuwingssysteem voor tornado´s  is lastig, omdat nooit met zekerheid uitgegaan kan worden waar en wanneer een tornado zich voordoet. Stormjagers doen er alles aan om een (beginnende) tornado te doorgronden en blijven doorgaan gegevens van de tornado te achterhalen, totdat een werkzaam waarschuwingssysteem opgezet kan worden.

Orkaan: Een waarschuwing uitgeven voor een aankomende orkaan is een stuk gemakkelijker. De orkaan ontwikkeld zich op zee. Dagen van te voren is waarneembaar dat een (tropische) orkaan voet aan wal zet. Een waarschuwing voor een aankomende orkaan kan al enkele dagen voordat de orkaan aan land komt uitgegeven worden. Het enige nadeel van een orkaan is, dat de orkaan van richting kan veranderen. Toch kunnen er ook bij orkanen verrassingselementen zitten. Soms worden bewoners verrast door een orkaan en worden slechts 15 minuten van te voren gewaarschuwd voor een aankomende orkaan

Levensduur.

Tornado: Een tornado kan zo´n 15 à 20 minuten flink huishouden en ‘sterft’. De levensduur van een tornado is kort met een maximale lengte van een uur.

Orkaan: Een orkaan is veel krachtiger. Tijdens het ontstaan van een tropische orkaan op zee, voedt de orkaan zich met alle energie op zee. Zodra de orkaan aan land komt is deze woest, krachtig, sterk en vernietigend. Heel langzaam ‘sterft de orkaan.  De levensduur van een orkaan kan wel een week in beslag nemen.

Windhoos

Een windhoos is een wervelwind (een snel draaiende kolom lucht) die vaak als een trechtervormige slurf onder een onweerswolk zichtbaar is. Vooral in de zomerperiode, maar soms ook in de winter, gaan buien zo nu en dan vergezeld van windhozen. De hoos trekt met de bui mee en kan een spoor van vernielingen achterlaten.

Bijzon

Een bijzon is een natuurlijk optisch fenomeen of halo-verschijnsel in de aardatmosfeer. Het wordt  gezien  wanneer een lage zon door losse cirruswolken schijnt, bijvoorbeeld in een melkwitte winternamiddaghemel.

Mist

Bewolking die zich aan het aardoppervlak bevindt en het zicht beperkt tot minder dan 1000 meter wordt mist genoemd. Grondmist of laaghangende mist is mist beneden ooghoogte. Mist kan zich vormen door afkoeling van zeer vochtige lucht of door menging van koude met warme vochtige lucht. De benamingen die in de meteorologie aan mist worden gegeven verraden de omstandigheden waaronder de mist ontstaat. Stralingsmist vormt zich boven een weiland door uitstraling bij helder weer, waarbij na zonsondergang het aardoppervlak afkoelt. De koudere en zwaardere lucht stroomt op een enigszins hellend weiland in de richting van een sloot, waar door menging met vochtige lucht slootmist ontstaat. De plaatselijke mist bereidt zich meestal snel uit, zodat de voor het verkeer zo verraderlijke mistbanken ontstaan. Boven een sneeuwdek kan bij lage temperaturen tegen zonsondergang stralingsmist ontstaan, die zeer dicht kan worden en het zicht plaatselijk tot minder dan 10 meter kan beperken. Door aanvriezing van mist en bevriezing van natte weggedeelten kan het bovendien glad worden, zodat het voor het verkeer zeer gevaarlijk is. Ook bij invallende dooi vormt zich mist boven een sneeuwlaag, omdat de zachtere lucht dan over de koude sneeuw stroomt. De mist ontstaat bij aanvoer van de zachte lucht zodat er ook behoorlijk waait. Mist ontstaat boven zee wanneer koude lucht over relatief warm zeewater stroomt of wanneer warme lucht in aanraking komt met een koude zee. In het voorjaar en het begin van de zomer kan bij aanvoer van warme lucht uit Zuid-Europa boven de koude Noordzee een uitgestrekt mistgebied ontstaan. Als de aflandige zuidoostelijke wind niet sterk is gaat langs de kust in de loop van de middag een wind van zee waaien, zodat de mist landinwaarts drijft. Deze plotseling van zee opkomende mist wordt zeevlam genoemd. Een oude benaming afkomstig van zeelieden die de mist in  noordelijk gelegen arctische gebieden zagen onder het Noorderlicht. Ze dachten dat de zee in lichterlaaie stond en spraken ook wel van arctische zeerook. Regenmist kan ontstaan als het regent uit warmere lucht die op enige hoogte in de atmosfeer wordt aangevoerd, terwijl het aan het aardoppervlak nog koud is. De warmere regen valt dan door de koude lucht waarin zich mist vormt. Regenmist ontstaat ook als na een hevige bui de zon doorbreekt en er weinig wind staat. In het felle zonlicht zien we dan de damp van straten en daken komen.

Hoe lost mist op?

Het is een wijdverbreid misverstand dat een mistlaag van bovenaf door de zon wordt 'opgegeten' en dus oplost. Dit klopt niet. De zonnestraling dringt met kleinere hoeveelheden door de mistlaag heen en bereikt het aardoppervlak. De grond wordt langzaam verwarmd. Warmere lucht kan meer waterdamp bevatten dan koudere. Dit betekent dat er mistdruppeltjes kunnen verdampen. Gevolg: de mist dunt langzaam uit en lost uiteindelijk van onderaf op. In de winter staat de zon veel lager en kost het veel meer moeite om demist op te lossen. Zeker meteen wolkenlaag er boven kan de mist zo de gehele dag blijven hangen.

 

Lichtende nachtwolken

Gedurende de maanden mei, juni en juli zijn er na middernacht aan een “heldere” hemel soms wolken te zien met een zilverachtige glans. Deze wolkenslierten met een fraaie vezelachtige structuur worden “Lichtende Nachtwolken” genoemd. Ze zijn vrij zeldzaam en komen onregelmatig voor. Soms zijn ze enkele keren per maand te zien, maar meestal gaat de zomer voorbij zonder dat ze worden waargenomen.
 
Lichtende nachtwolken komen voor op een hoogte van ongeveer 80 kilometer. Dit is veel hoger dan de “normale” bewolking die een hoogte van maximaal 20 kilometer kan bereiken. Na zonsondergang weerkaatsen die hoge wolken nog een tijd het zonlicht. De gewone wolken steken donker af tegen een heldere hemel en kleuren na zonsondergang rood en vervolgens donkergrijs. De lichtende nachtwolken blijven wit, geel-oranje of lichtblauw! Sterren blijven zelfs zichtbaar door deze bewolking.
 
Het ontstaan van deze prachtige nachtelijke wolken hangt samen met grote aantallen microscopisch kleine deeltjes in de bovenste lagen van de atmosfeer. De (stof)deeltjes alleen zijn niet voldoende, er is ook waterdamp nodig in combinatie met een zeer lage temperatuur, ergens tussen de –90ºC en de –145ºC. Op de deeltjes zet zich dan een flinterdun laagje ijs af wat het zonlicht naar de aarde kan terugkaatsen. Wie de lichtende nachtwolken een tijdje observeert ziet dat de vormen snel veranderen.

Sneeuw

In Noord Europa is sneeuw in de wintermaanden een normaal verschijnsel. Vele bergtoppen over de gehele wereld zijn er permanent mee getooid. De Kilimanjaro in Tanzania heeft een permanente sneeuwkap, terwijl de berg slechts 3 graden ten zuiden van de evenaar ligt!


Sneeuwvlokken beginnen als microscopisch  kleine ijskristallen in wolken op middelbaar en hoog niveau in onze atmosfeer. De afzonderlijke ijskristalletjes groeien geleidelijk aan elkaar door onderlinge botsingen en vormen zo sneeuwvlokken. Zodra de sneeuwvlokken groot en dus zwaar genoeg zijn vallen ze naar de aarde. Sneeuwvlokken nemen, afhankelijk van de temperatuur en de vochtigheid van de omringende luchtmassa, vele vormen aan. De Amerikaanse boer William Bentley maakte duizenden foto’s van sneeuwvlokken. Hij constateerde dat er geen twee vlokken gelijk zijn.


Vrijwel alle neerslag die in Nederland valt begint als sneeuw. Meestal smelt de sneeuw onderweg en valt uiteindelijk als regen op aarde. Het smeltproces onttrekt echter warmte aan de omringende lucht, waardoor de luchttemperatuur daalt. De kans dat de sneeuw die daarna valt de grond bereikt wordt dus steeds groter. Sneeuw kan in vele verschillende vormen de grond bereiken. Dit is sterk afhankelijk van de wind, de luchttemperatuur en de luchtvochtigheid. Bij luchttemperaturen beneden het vriespunt ontstaan kleine poederachtige vlokken die ideaal zijn voor de wintersport. Sneeuwvlokken die bij temperaturen rond het vriespunt worden gevormd zijn groter en natter en blijven vaak aan koude oppervlakten kleven. Deze sneeuw is ideaal voor een sneeuwballen gevecht of een mooie sneeuwpop natuurlijk! Wanneer de sneeuw eenmaal is gevallen kan ze gedeeltelijk smelten en weer opnieuw bevriezen, hierdoor wordt de sneeuw harder en compacter.

Poollicht

Poolicht hangt samen met grote uitbarstingen op de zon, waarbij grote hoeveelheden geladen deeltjes het heelal ingeslingerd worden. Het aardmagnetische veld zorgt ervoor dat de deeltjes in de omgeving van de Aarde worden afgebogen en in de buurt van de Noord- en Zuidpool met verhoogde snelheid de atmosfeer binnendringen. Deze deeltjes (de zonnewind) bevatten veel energie die in de bovenste kilometers van de atmosfeer door botsingen worden overgedragen op zuurstof- en stikstofatomen, waardoor het licht ontstaat.

Het poollicht op het noordelijk halfrond wordt 'aurora borealis' of noorderlicht genoemd. De naam van het poollicht op het zuidelijk halfrond is 'aurora australis of zuiderlicht. Poollicht heeft niets met het weer te maken maar geeft wel mooie kleuren aan de hemel. Het poolicht kan verschillende kleuren vertonen. De kleur wordt bepaald door de soort atomen waarop de van de Zon afkomstige deeltjes botsen. De hoogte waarop de botsing plaatsvindt, bepaalt welke atomen dit zijn. Het zichtbare poollicht bevindt zich op een hoogte van 90 tot 150 kilometer boven het aardoppervlak.

De kleuren zijn als volgt in te delen:

    Hoger dan 150 km: rood licht

    Tussen 120-150 km: geelgroen licht

    Lager dan 120 km: blauwpaars licht