Sterrenwacht-Lente Sterrenwacht-Winter Sterrenwacht-Herfst Sterrenwacht-Lucht

Weer/Klimaat Nieuws

12-8-2016 Voorbode klimaatverandering

2015 en 2016 zijn jaren van records. Het ene na het andere hitterecord wordt verbroken. En die records worden door velen aangeduid als ‘klimaatverandering’. Maar die stijgende temperaturen, smeltende ijskappen en zomerse hoosbuien met bijbehorende ondergelopen kelders: Dat is geen klimaatverandering, het is nog maar een voorbode daarvan.

Broeikasgassen

Sinds de Industriële revolutie, al bijna 150 jaar, brengen wij mensen grote hoeveelheden CO2 en andere broeikasgassen in de lucht. En die gassen zorgen ervoor dat de aarde opwarmt. Maar een groot deel van die opwarming is nu nog onzichtbaar. Er zijn verschillende factoren die een groot deel van de opwarming door CO2 maskeren. Kleine deeltjes die in de lucht zweven reflecteren en blokkeren zonlicht, 'de aerosolen' (stofdeeltjes of vloeistofdruppels in een gas). Deze zijn voor een deel afkomstig uit de natuur (zout of zand), maar er zijn ook heel wat aerosolen die door mensen in de atmosfeer zijn gebracht (roet).  Daarmee zijn die aerosolen een koelende factor en maskeren ze een deel van de opwarming door CO2. Een andere maskerende factor zijn de oceanen. Zij absorberen hitte uit de atmosfeer en een deel van de opwarming verdwijnt dus in de oceanen.


Wat steevast blijkt tijdens klimaatonderzoek is dat de aarde een complex systeem is dat we nog altijd niet helemaal doorgronden. Er is dan ook veel onzekerheid over hoe de aarde exact op al die broeikasgassen in de atmosfeer gaat reageren. Maar één ding is wel zeker. De opwarming die we nu zien, is nog maar een heel klein stukje van het verhaal. De rest van het verhaal wordt ‘pijplijn-opwarming’ genoemd. Het is opwarming die ons nog te wachten staat. En die we niet moeten onderschatten. Velen denken nog steeds dat klimaatverandering zich nu reeds in volle glorie op de thermometer ontvouwt. Maar als je dat denkt, dan onderschat je de opwarming. Alleen een verlaging van de CO2-concentratie kan nog afrekenen met een deel van de pijplijn-opwarming.

Een verlaging van de CO2-concentratie kan alleen bewerkstelligd worden als we afscheid nemen van fossiele brandstoffen.  Als het lukt, neemt de CO2-uitstoot af. En omdat de oceanen nog decennialang CO2 blijven opnemen, kan dan de CO2-concentratie in de atmosfeer uiteindelijk weer dalen. Door de CO2-concentratie te verlagen kan een onvermijdelijke opwarming van mogelijk nog 1 à 2 graden worden voorkomen.
Maar een daling van de CO2-concentratie lijkt nog ver weg. In 2015 steeg de CO2-concentratie zelfs met een recordsnelheid. Het lijkt maar niet tot de mensheid door te dringen dat er nu actie moet worden ondernomen. We hebben nu misschien een beetje last van de opwarming, maar het escaleert pas echt tegen het eind van deze eeuw. Het is een probleem voor de toekomst. Dat echter alleen nu kan worden opgelost. Er moet gehandeld worden op basis van wat we nu weten en niet op basis van wat we nu waarnemen.

27-07-2016

Het eerste half jaar van 2016 gaat de boeken in als het warmste half jaar sinds de metingen (in 1880) begonnen. Gemiddeld lagen de temperaturen in het eerste half jaar van 2016 1,3 graden Celsius boven de gemiddelde temperatuur die aan het eind van de negentiende eeuw werd gemeten.


Warm

Uit het onderzoek blijkt verder dat elke afzonderlijke maand in het jaar 2016 (tot en met juni) een record neerzette als de warmste januari, februari, maart, april, mei en juni ooit gemeten. Bovendien braken vijf van de zes maanden van 2016 nog een ander record. Zo was er nog niet eerder in een maand januari (sinds de metingen in 1979 begonnen) zo weinig zee-ijs te vinden in het Noordpoolgebied. En ook februari, april, mei en juni braken dat record. De hoeveelheid zee-ijs op de Noordpool is in het hartje van de zomer nu gemiddeld ongeveer 40 procent kleiner dan aan het eind van de jaren zeventig en tachtig.

19-05-2016

April was wereldwijd met afstand de warmste maand ooit gemeten. De gemiddelde wereldtemperatuur was 1,11 graden hoger dan de gemiddelde waarde in de referentieperiode 1951-1980. Ook januari, februari en maart waren dit jaar al recordwarm. Volgens Gavin Schmidt van het NASA Goddard Institute for Space Studies is de kans groter dan 99% dat 2016 wereldwijd het warmste jaar ooit wordt.

Al zeven extreem warme maanden op rij

Afgelopen oktober was het voor het eerst in een maand meer dan één graad warmer dan het gemiddelde van die maand in de periode 1951-1980. Alle maanden daarna lukte dit opnieuw. De maand met de grootste positieve afwijking tot nu toe is februari 2016. In deze maand was het gemiddeld in de wereld 1,33 graden warmer dan ‘normaal’.

El Niño

Naast de voortdurende klimaatverandering is er een andere belangrijke (tijdelijke) oorzaak aan te wijzen voor de wereldwijde temperatuurstijging. Door de krachtige El Niño van afgelopen winter is het zeewater rond de evenaar in de Grote Oceaan en Indische Oceaan een stuk warmer dan normaal.

Niet overal warmer

Afgelopen april was het niet overal warmer dan normaal. In Argentinië, Chili, het oosten van Canada en de Atlantische Oceaan tussen Canada en de Britse Eilanden was het kouder dan normaal. Lokaal zelfs meer dan twee graden. Uitzonderlijk heet was het in delen van Rusland, Alaska en de Sahara. In sommige delen zelfs meer dan 4 graden warmer dan normaal. Ook in Oost-Europa, Brazilië het westen van Canada en de VS, Australië en vrijwel heel Azië was het een stuk warmer dan normaal.



Bronnen: NASA, weather.com, BBC.com

30-03-2016 Weinig zee-ijs op de Noordpool na de winter

Op dit moment is er zo’n 14,53 miljoen vierkante kilometer zee-ijs op de Noordpool te vinden. En dat is minder dan ooit.

Elk jaar neemt de hoeveelheid zee-ijs die op de Noordelijke IJszee rust met de seizoenen af en toe. Tijdens de lente en zomer smelt een deel van het zee-ijs, om tijdens de herfst en winter weer te bevriezen. Het resulteert in een jaarlijks zee-ijsminimum en een jaarlijks zee-ijsmaximum. De minimale hoeveelheid zee-ijs wordt tegen het einde van de zomer (september) gemeten, terwijl de maximale hoeveelheid zee-ijs tegen het einde van de winter (maart) wordt gemeten.

Maximum

Inmiddels is het eind maart en lijkt het zee-ijs zijn maximale omvang voor dit jaar te hebben bereikt. En die omvang komt uit op zo’n 14,52 miljoen vierkante kilometer. Het lijkt heel wat, maar het is heel weinig. Nog nooit was er, sinds de metingen in 1979 begonnen, ten tijde van het zee-ijsmaximum zo weinig zee-ijs op de Noordpool te vinden. De kleine hoeveelheid zee-ijs van dit jaar verpulvert het voorgaande record dat vorig jaar werd neergezet. Toen was er tijdens het zee-ijsmaximum 14,54 miljoen vierkante kilometer zee-ijs te vinden.

Hoge temperaturen

Dat er dit jaar zo weinig zee-ijs op de Noordpool te vinden is, heeft te maken met hoge temperaturen wereldwijd (en dus ook op de Noordpool) in december, januari en februari. Ook de wind hielp niet mee. Deze bracht warme lucht vanuit het zuiden naar de Noordpool en voorkwam zo dat zee-ijs kon aangroeien.

Klimaatverandering?

Hoewel de maximale omvang van het zee-ijs van jaar tot jaar kan verschillen door het winterweer, zien we een grote afname van de hoeveelheid zee-ijs, en die houdt verband met de opwarming van de atmosfeer en de oceanen. Sinds 1979 heeft dit er toe geleid dat 1,6 miljoen vierkante kilometer aan zee-ijs verloren is gegaan.

29-02-2016

Niet eerder scheen de zon in De Bilt op 29 februari zoveel uur als in 2016. Met 9,7 zonuren was het de zonnigste schrikkeldag sinds de start van de metingen in 1901. Het record was in handen van 1932 met 9,6 uren zonneschijn. 1992 volgt met 9,1 uur zon. Van de 29 schrikkeldagen sinds 1901 verliepen er slechts zes (vrij) zonnig. Op de overige schrikkeldagen scheen de zon minder dan vier uur en zeven schrikkeldagen verliepen zonloos.

Qua temperatuur beleefden we dit jaar een normale schrikkeldag met in De Bilt een maximumtemperatuur van 6,7 graden. De nacht en avond verliepen koud met een minimumwaarde van -4,3 graden. De warmste schrikkeldag sinds de start van de metingen in De Bilt was die van 1992 met een maximumtemperatuur van 15,7 graden en het koudst was het op 29 februari 1904 met een maximumtemperatuur van -1,1 graden. De koudste schrikkelnacht staat op naam van 1924 met -7,8 graden.

Het jaar 2000 kende de natste schrikkeldag met 11,1 mm neerslag in De Bilt. Schrikkeldag 2008 volgt met 9,6 mm. Toen stormde het en kwam er zeer zware windstoten voor.

12-02-216 Winter uitzonderlijk zacht

Nu al is duidelijk dat winter 2015/2016 eindigt op een eerste of tweede plaats in de lijst met warmste winters sinds 1901. De gemiddelde temperatuur komt uit op 6,5 tot 6,8 graden tegen 3,4 normaal.

Winter 2006/2007 is recordhouder met een gemiddelde temperatuur van 6,6 graden. Daarna volgen de winters van 2013/2014 en 1989/1990 met beide 6,0 graden. Een tweede plaats kan de huidige winter dus niet meer ontgaan en met een zacht slot van februari wordt het mogelijk zelfs de warmste winter ooit.

76% van de tijd zuidwestenwind

Grootste oorzaak van het zeer zachte winterweer is de overheersende zuidwestelijke winden, waarmee geregeld subtropische lucht wordt aangevoerd. Deze winter waaide de wind tot dusver 76% van de tijd (stevig) uit zuidwestelijke richting. In een normale winter is dit 44%.

Daarnaast speelt de opwarming van het klimaat een rol. De zuidwestelijke winden voeren nu lucht aan die ruim een graad warmer is dan halverwege de vorige eeuw.

Recordwarme en vorst loze december

De grootste bijdrage aan deze zachte winter werd geleverd door december met een gemiddelde maandtemperatuur van 9,6 graden tegen 3,7 normaal. Het oude record van 7,3 graden uit 1974 werd daarmee verpulverd. December was daarmee zelfs warmer dan een gemiddelde aprilmaand (9,2 graden).

Hoewel het in januari een beetje winterde verliep ook deze maand behoorlijk zacht met 4,8 graden tegen 3,1 normaal. Februari verloopt tot dusver ruim vier graden zachter dan gebruikelijk. Hier zal nog wel iets van af gaan, doordat de temperaturen momenteel vrij normaal zijn.

Zonniger en natter

Tot dusver scheen de zon gemiddeld over het land 30 uur meer dan normaal. De neerslagsom is nu al iets groter dan normaal in een hele winter. Met nog een paar weken te gaan zal de winter als nat de geschiedenis in gaan.

6-8-2015 De ruimte wordt een beetje Nederlandser

Europa lanceert volgend jaar een satelliet die luchtvervuiling gaat meten. Het belangrijkste onderdeel daarvan is het instrument dat de metingen moet gaan doen, de Tropomi. Die is de afgelopen jaren door Nederland gemaakt. De bouw is in juli dit jaar afgerond in Engeland. Nu begint het wachten op de lancering.

De Tropomi kijkt naar de onderste laag van de dampkring. Daar zit de lucht die wij inademen, de rook die schoorstenen uitblazen en alle stofdeeltjes van het verkeer en de bouw. In die lucht zitten broeikasgassen als methaan, ozon en koolstofdioxide. 'We wonen met veel mensen op weinig vierkante kilometers. Luchtkwaliteit en klimaatverandering zijn voor ons heel belangrijk', zegt Harry Förster van de Nederlandse ruimtevaartorganisatie NSO.



De Tropomi maakt elke dag een nieuwe 'wereldkaart' van de vervuiling. Zo kan hij - beter dan zijn voorgangers - zien waar de gassen vandaan komen en waar ze naartoe gaan. Die informatie kan helpen bij de strijd tegen klimaatverandering. 'Dag na dag kun je zien hoe de gassen op aarde zich verplaatsen. Als de wind uit het westen komt, ademt Nederland de smog uit Londen in. De rook van de haven van Rotterdam gaat dan richting Duitsland', zegt Frank Meiboom van de bouwer van het instrument, het bedrijf Airbus Defence and Space uit Leiden.

Er zijn een paar dingen die wetenschappers nog niet goed begrijpen. Het Nederlandse instrument moet daar antwoord op helpen geven. 'De atmosfeer is heel dynamisch. We weten bijvoorbeeld niet goed hoe al die gassen in de dampkring precies op elkaar reageren. Een paar jaar geleden zat er ineens een gat in de ozonlaag boven Europa en we wisten niet goed hoe die er kwam', aldus Förster.

De sonde levert een enorme hoeveelheid informatie op. Na elk rondje rond de aarde, dus om de anderhalf uur, stuurt hij alle metingen terug naar de aarde. Per keer is dat 22 Gigabit aan gegevens, genoeg om een dvd mee te vullen. Per dag vult hij dus 16 dvd's, en dat zeven dagen per week, minstens zeven jaar lang. Wetenschappers over de hele wereld kunnen er gratis mee aan de slag.

De hele satelliet kost ongeveer 220 miljoen euro, van ontwerp tot en met lancering. Nederland betaalt daarvan ongeveer 85 miljoen. De komende maanden wordt het vaartuig grondig getest. Tussen april en juli volgend jaar is de lancering, vanuit het hoge noorden van Rusland.

1-5-2015 Mount Everest door aarbeving gekrompen

Een gebied met een oppervlak van 6.000 vierkante kilometer is door de aardbeving in Nepal een meter omhoog gekomen. Dit is een iets groter oppervlak dan de provincies Noord-Holland en Zuid-Holland bij elkaar. Hoewel het epicentrum relatief ver van Kathmandu lag, werd de stad wel getroffen door de verhoging van het landschap.
De Mount Everest, de grootste berg ter wereld, is door de aardbeving van 25 april 2015 kleiner geworden. De top van de Mount Everest is 2,5 centimeter gedaald. Dit komt volgens de non-profitorganisatie UNAVCO door het feit dat de korst van de Aarde in de aanloop naar de aardbeving erg gespannen was. Deze spanning is nu weggenomen en hierdoor is de korst minder stijf, waardoor de Mount Everest er in is gezakt.

Gigantische groei

Overigens is de krimping van tijdelijke duur. Het Himalayagebergte groeit gemiddeld met één centimeter per jaar, doordat de Indiase en Eurazische tektonische platen op elkaar botsen. Na twee tot drie jaar is de Mount Everest weer even hoog als voor de aardbeving.

Meer aardbevingen

Wetenschappers zijn bang dat Nepal de komende periode wordt getroffen door meer aardbevingen. De breuk in de korst loopt namelijk niet tot het aardoppervlak, waardoor er nog steeds sprake is van opgebouwde spanning. Onderzoekers verwachten dat de korst deze spanning pas verliest wanneer de breuk het aardoppervlak bereikt. Toch kan het oppervlak ook heel langzaam verschuiven zonder grote bevingen. Dit fenomeen wordt ‘creep’ genoemd. Een aardbeving of creep? We zullen moeten afwachten om te zien hoe de korst van de Aarde gaat reageren.

29-1-2015

Wetenschappers hebben ontdekt dat een afgelegen ijskap op de Noordpool sinds 2012 maar liefst 50 meter dunner is geworden en 25 keer sneller is gaan bewegen. Het bewijst maar weer eens hoe snel ijskappen kunnen evolueren.

De onderzoekers bestudeerden het zuidoostelijke deel van de Austfonna-gletsjer. De gletsjer bevindt zich op het eiland Nordaustlandet dat weer deel uitmaakt van de eilandengroep Spitsbergen. Ze bestudeerden een deel van de gletsjer door observaties van maar liefst acht satellietmissies erbij te pakken.


Bewegen


De satellietgegevens laten zien dat het zuidoostelijke deel van de gletsjer de afgelopen twintig jaar aanzienlijk meer ijs is gaan verliezen. In twee decennia tijd is de ijskap aanzienlijk sneller gaan bewegen (met enkele kilometers per jaar). Ook wordt een steeds groter deel van de ijskap dunner (tot meer dan vijftig kilometer landinwaarts). Sinds 2012 is de ijskap al vijftig meter uitgedund. Daarmee is de ijskap een zesde van zijn originele dikte kwijtgeraakt.

Evolutie

Deze resultaten geven een duidelijk voorbeeld van hoe snel ijskappen kunnen evolueren en benadrukken de uitdagingen die gemoeid zijn met het voorspellen van de bijdrage die deze ijskappen aan de zeespiegelstijging gaan leveren. Smeltende ijskappen en gletsjers zijn verantwoordelijk voor ongeveer een derde van de wereldwijde zeespiegelstijging. Onderzoekers vermoeden dat deze ijskappen en gletsjers in de toekomst nog meer ijs zullen gaan verliezen en dus hun steentje aan de zeespiegelstijging zullen blijven bijdragen. Maar voorspellen hoeveel ijs de ijskappen en gletsjers kwijtraken en hoe sterk de zeespiegel door toedoen van dat smeltende ijs stijgt, is lastig. Mede doordat we nog niet helemaal goed begrijpen hoe ijskappen de interactie met hun omgeving aangaan.

Zo is er bewijs dat de temperatuur van het water rond de gletsjer is gestegen. Vermoed wordt dan ook dat de hogere temperaturen van dit water ervoor hebben gezorgd dat de ijskap dunner is gaan worden. Of het warmere oceaanwater en het gedrag van de ijskap direct verband houden, blijft een onbeantwoorde vraag.

14-1-2015 Opwarming van de Aarde gepauzeerd

De afgelopen vijftien jaar lijkt de opwarming van de Aarde wel gepauzeerd. Onze planeet warmt minder snel op dan daarvoor. En nieuw onderzoek toont nu aan dat vulkaanuitbarstingen daar deels de oorzaak van zijn.

Al decennialang stijgen de oppervlaktetemperaturen wereldwijd gestaag. Het jaar 1998 ging de boeken in als het warmste jaar (sinds de metingen begonnen). In de jaren die volgden, zagen we de trend veranderen. De sterke stijging van de oppervlaktetemperatuur vlakte af. De ‘klimaat-hiatus’ was natuurlijk koren op de molen van klimaatsceptici, ook al zien we in de geschiedenis van het klimaat regelmatig perioden waarin de opwarming van de Aarde vertraagde of versnelde.

Vulkaanuitbarstingen

Dat de opwarming niet altijd even gestaag verloopt, is dan ook duidelijk. Maar de grote vraag was: Hoe komt dat? Wat zorgt ervoor dat de opwarming van de Aarde de afgelopen vijftien jaar aanzienlijk trager verloopt dan daarvoor? Onderzoekers hadden daar wel ideeën over. Zo vermoedden ze dat een aantal vulkaanuitbarstingen aan het begin van de 21e eeuw een rol speelden. Tijdens een uitbarsting stoten vulkanen zwaveldioxide uit. Wanneer dit gas zich bindt aan zuurstof in het hogere deel van de atmosfeer, ontstaan druppels zwavelzuur. Die druppels reflecteren het zonlicht, waardoor minder zonlicht het aardoppervlak bereikt en de oppervlaktetemperatuur lager uitvalt.

Eerder onderzoek

Een nieuw onderzoek stelt nu dat vulkaanuitbarstingen inderdaad zichtbaar bijdragen aan de pauze in de opwarming van de Aarde. Het onderzoek borduurt voort op een studie die in november verscheen. Tijdens deze studie suggereerden onderzoekers op basis van onder meer metingen op de grond en satellietmetingen dat een aantal kleine vulkaanuitbarstingen aan het begin van de 21e eeuw ervoor gezorgd had dat aanzienlijk meer zonlicht werd gereflecteerd dan gedacht.

Verrassend

Het onderzoek was best verrassend. Eerder dachten onderzoekers dat alleen zeer grote vulkaanuitbarstingen invloed konden uitoefenen op het klimaat wereldwijd. Ze baseerden die aanname op klimaatmodellen. Maar die klimaatmodellen misten informatie, zo stelden de onderzoekers in november. De onderzoekers wezen erop dat de klimaatmodellen een inschatting maken van de mate waarin een vulkaanuitbarsting zonlicht kan reflecteren. Die inschatting is gebaseerd op satellietbeelden. Maar de informatie die satellietbeelden over vulkaanuitbarstingen geven, beperkt zich vaak tot de situatie vanaf zo’n vijftien kilometer boven het oppervlak. Daaronder ontnemen wolken het zicht. Het betekent dat we de mate waarin vulkaanuitbarstingen het zonlicht reflecteren, onderschat hebben. Om een beter beeld te krijgen van het reflecterend vermogen van een vulkaanuitbarsting combineerden onderzoekers waarnemingen van satellieten met waarnemingen vanaf de grond en vanuit de lucht. Vervolgens gebruikten ze die gegevens in een simpel klimaatmodel. Het model suggereerde dat vulkanen sinds 2000 gezorgd hebben voor een afkoeling van 0,05 tot 0,12 graden Celsius.