« Back to Glossary Index

Brahe, Tycho

Tycho Brahe (14 december 1546 – 24 oktober 1601) was een Deens astronoom.

Hij werd als zoon van een hoge Deense edelman geboren in het kasteel Knutstorp in Scania, toen een Deense provincie, tegenwoordig het Zweedse Skåne. Hij ging op zijn dertiende naar de Universiteit van Kopenhagen om daar filosofie te studeren. De zonsverduistering van 1560 wekte zijn belangstelling voor astronomie en hij ging verder studeren in Leipzig, Wittenberg, Rostock en Basel. In Rostock kreeg hij ruzie met een medestudent over wie het beste in wiskunde was. Tijdens het duel dat daarop volgde werd Brahe zwaar gewond aan zijn neus, wat een groot litteken achterliet. Gedurende de rest van zijn leven hield hij het litteken verborgen achter een plaat van een zilver/koperlegering die de gewonde huid moest verbergen.

In 1572 ontdekte hij een nieuwe heldere ster in het sterrenbeeld Cassiopeia. Hij beschreef deze vreemde gebeurtenis in zijn boek De Stella Nova (Latijn: Over de nieuwe ster). Tegenwoordig is bekend dat het om een supernova explosie ging. Deze ontdekking maakte hem op slag beroemd in de rest van Europa. Het betekende verder dat de sfeer der sterren zoals die beschreven was door Aristoteles niet onveranderlijk was.

Na zijn publicatie van De Stella Nova kreeg hij uit heel Europa aanbiedingen voor wetenschappelijke posten. Hij nam het aanbod van koning Frederik II aan om in Denemarken te blijven. Hij kreeg het eiland Hven (Ven) in de Sont tussen Denemarken en Zweden aangeboden om zijn observatoria Uraniborg en Stjärneborg te bouwen.

In 1577 observeerde hij een komeet en door parallaxmetingen te doen kwam hij erachter dat het verschijnsel verder weg was dan de maan. Dit was in tegenspraak met de heersende opvatting, ooit geformuleerd door Aristoteles, dat kometen atmosferische objecten waren. Het reisde dus door de anders zo onveranderlijke sferen.

Brahe pakte de zaken op Hven voortvarend aan. Dankzij de ruime financiële ondersteuning (meer dan 1 procent van de inkomsten van Denemarken) van de koning kon hij twee observatoria laten bouwen plus een alchemistisch laboratorium en een drukkerij. In totaal werkten er zo’n 100 assistenten. Frederik II werd na zijn dood in 1588 opgevolgd door Christian IV. Christian verlaagde langzamerhand de inkomsten van Brahe, omdat hij hem maar spilziek vond.

Brahe kreeg echter conflicten met de kerk, de koning en de adelstand. In 1597 verliet hij Hven en ging vrijwillig in ballingschap. Na korte verblijven in Rostock en Wandsbek, in de buurt van Hamburg, vestigde hij zich in 1599 in Praag. Daar kreeg hij steun van keizer Rudolf II. In 1600 werd Kepler zijn assistent, die hem na zijn dood opvolgde.