« Back to Glossary Index

Bolvormige sterrenhoop

Bolvormige sterrenhopen zijn “groeperingen” van sterren die verzameld zijn in een relatief kleine ruimte. Dergelijke ruimtes hebben een typische diameter van enkele honderden lichtjaren (=de afstand die het licht, met een snelheid van ca.300000km/s, in één jaar aflegt). Zoals de naam het al zegt, is de vorm meestal bolrond, maar deze kan ook een beetje afgeplat zijn door de aswenteling.

Bolvormige sterrenhopen bevinden zich in een halo rond het melkwegstelsel en beschrijven elliptische banen rond het melkwegcentrum. In tegenstelling tot een open sterrenhoop, bevat een bolvormige sterrenhoop meer sterren. Eén enkele bolhoop kan honderdduizenden sterren tellen.

Bolvormige sterrenhopen komen niet zoveel voor. We kennen er slechts een 150-tal. Men schat dat er zich in het melkwegstelsel een 300 à 500 bolhopen bevinden. De leeftijd bedraagt minstens 10 miljard jaar. De sterren in een bolvormige sterrenhoop kunnen regelmatig met elkaar in botsing komen, waarbij o.a. nieuwe blauwe achterblijvers kunnen ontstaan.

Wat is het verschil tussen een sterrenstelsel en een bolhoop? Een sterrenstelsel is een grote verzameling van sterren, die door de onderlinge zwaartekracht bij elkaar gehouden worden. Een bolhoop daarentegen is slechts een onderdeel van een sterrenstelsel.

Bolhopen waarnemen

Voorheen was het centrum op fotografische opnamen slechts te zien als 1 witte vlek : de sterren stonden te dicht bij elkaar om gescheiden te worden. Pas op het einde van de jaren ’80 is men er in geslaagd (met behulp van allerlei apparatuur) tot in de kern van een bolhoop door te dringen.

Die opeenhoping is maar schijn: de gemiddelde afstand tussen de sterren in de kern bedraagt nog steeds ongeveer 1/10 parsec. (afstandsmaat in de sterrenkunde , ongeveer gelijk aan dertig biljoen kilometer).

De helderste bolhoop aan de noordelijke nachthemel is M13 (NGC 6205) – een object in het sterrenbeeld Hercules met magnitude 5,7 dat op gunstige nachten reeds met het blote oog kan worden waargenomen.

Toch ziet men maar een wazige vlek en kan men geen sterren onderscheiden. Deze sterrenhoop werd in het jaar 1714 door de astronoom Halley ondekt (hij ondekte ook een bekende komeet die naar hem genoemd werd).

M13 bevat ongeveer 300.000 sterren. Door de verrekijker of kleine amateurtelescopen zijn bolhopen minder indrukwekkend dan open sterrenhopen, zelfs de dichtstbijzijnde bolhoop staat zover weg, dat er met een kleine kijker zelfs geen afzonderlijke sterren te zien zijn.