« Back to Glossary Index

Regenboog

Rond het jaar 1670 kwam er pas een wetenschappelijke verklaring voor het verschijnsel regenboog. Isaac Newton liet met een experiment zien dat een lichtstraal breekt en uiteenvalt in de ‘kleuren van de regenboog’ als hij door een prisma gaat. Hieruit concludeerde hij dat wit licht samengesteld was uit alle kleuren van zichtbare spectrum. De regenboog ontstaat op dezelfde wijze. Regendruppels werken als miljoenen kleine prisma’s die het zonlicht uit elkaar rafelen waardoor de regenboog ontstaat.

Regenbogen kun je in principe het hele jaar door zien. Het weertype, buien met felle opklaringsgebieden waarin de zon uitbundig schijnt, is het meest ideale. De grootste regenbogen zijn ‘s ochtends vroeg of aan het eind van de middag te zien, wanneer de zon laag staat. Hoe lager de zon aan de hemel staat, hoe meer er van de regenboog te zien is. Als de zon vlak boven de horizon staat zien we de regenboog als een halve cirkel. Vanuit een vliegtuig is soms de volledige cirkel te zien. Als de zon hoog aan de hemel staat is er maar een klein deel van de regenboog zichtbaar. Soms staat de regenboog geheel onder de horizon en is dan dus helemaal niet zichtbaar. Soms zien we door dubbele terugkaatsing van zonlicht in de regendruppels een tweede zwakkere bijregenboog. De kleuren staan in omgekeerde volgorde van de hoofdboog. Beide regenbogen zitten niet aan elkaar vast, maar zijn gescheiden door een donker gedeelte: “de band van Alexander genaamd”.

Ook bij de volle maan zien we soms een regenboog verschijnen. Deze regenboog lijkt alleen uit de kleur wit te bestaan. Dit lijkt alleen maar zo omdat ons oog bij nacht vrijwel geen kleuren kan onderscheiden. Op een kleurenfoto’s zijn de kleuren wel degelijk te zien!