« Back to Glossary Index

Sterren

Een ster is een gloeiende gasbol met in de binnenste kern een enorme druk. Binnen een ster wordt door het proces van kernfusie waterstof omgezet in helium. Daar komt energie bij vrij en daardoor straalt een ster licht uit. Als de waterstof op raakt, stopt de energieproductie. Wat dat betreft hebben sterren zeker van doen met de dood en geboortes. Een stervende ster klapt namelijk uit elkaar. Die uitgestoten deeltjes gaan weer samenklonteren en zo kunnen nieuwe sterren ontstaan.

Sterren kunnen alle mogelijke kleuren hebben. De kleur is gerelateerd aan de temperatuur. Er zijn dus rode, gele, blauwe en witte sterren. Een gele ster heeft een temperatuur van ongeveer 6.000 graden Celsius. Dat komt  dicht in de buurt van de temperatuur van de Zon. Dat is niet zo gek, want de Zon is een gele ster. Overigens is de Zon ‘slechts’ een middelgrote ster, maar vanwege de relatieve korte afstand tot de Aarde ziet de Zon er zo groot uit.