« Back to Glossary Index

Tornado

Een Tornado is een wervelwind met zeer grote windsnelheden tot enkele honderden kilometers per uur en een diameter van enkele tientallen meters tot een paar kilometer, die meestal zichtbaar is doordat waterdamp condenseert in de wervel of doordat materiaal van het aardoppervlak wordt opgetild.

Tornado’s zijn gevaarlijk. Het gebied met hoge windsnelheden is doorgaans kleiner dan een kilometer, aanzienlijk minder dan de ruim honderd kilometer van tropische stormen en orkanen. Tornado’s komen meestal voor bij krachtige onweersbuien, hoewel ze zich ook bij kleinere ontwikkelende stapelwolken kunnen vormen. In het laatste geval zijn ze vaak niet zo krachtig en worden ze windhoos genoemd.

De krachtigste tornado’s komen voor bij zogenaamde supercell buien. Deze buien bezitten een roterende stijgstroom en vormen zich meestal wanneer de wind in de atmosfeer sterk toeneemt met de hoogte. Meestal vormen deze – en andere felle onweersbuien – zich ook wanneer de temperatuur sterk afneemt met de hoogte, terwijl er bij het aardoppervlak vochtige lucht aanwezig is. Wanneer de waterdamp in de stijgstroom van de bui condenseert tot waterdruppels, komt warmte vrij die ervoor zorgt dat de stijgstroom warmer blijft dan zijn omgeving en dientengevolge de neiging heeft om door te groeien.

Tornado’s komen relatief vaak in het centrale deel van Verenigde Staten voor, gemiddeld zo’n duizend per jaar. De meeste zijn niet sterk, maar sommige wel. Vooral de Tornado Alley, van midden-Texas tot het oosten van Nebraska en Iowa heeft er last van, voornamelijk in april, mei en juni. Vochtige warme lucht stroomt vanuit de Golf van Mexico noordwaarts en schuift over Tornado Alley onder een luchtlaag afkomstig uit Mexico en het Rotsgebergte, waarin de temperatuur sterk afneemt met de hoogte.

Vergelijkbaar met de Beaufortschaal voor wind worden tornado’s ingedeeld volgens de schaal van Fujita.

De laagste klasse is F0, een tornado met windsnelheden tussen 64 en 117 km/h en lichte schade. Bij wervelwinden tot 180 km/h is het een F1 tornado, tot 251 km/h F2, tot 330 km/h F3 en tot 417 km/h F4. Catastrofaal zijn F5 tornado’s met winden boven 418 km/h. De schade die tornado’s veroorzaken hangt niet alleen samen met de sterke wind maar ook met ronvliegende objecten.

Op 10 en 11 november 2002 werd het midden van de VS getroffen door 70 tornado’s waarbij 36 mensen omkwamen. Op 3 en 4 mei 1999 ontstonden er in Oklahoma en Kansas 60 tornado’s, waarbij zeker 45 mensen de dood vonden. Sommige tornado’s hadden een grote doorsnede van 800 meter. Op 4 april 1974 vond een “super outbreak” plaats waarbij in het midden westen van de VS 148 tornado’s ontstonden en 300 mensen omkwamen.

In Nederland komen slechts zelden tornado’s voor, en als ze voorkomen zijn het voornamelijk kleine, die meestal windhozen genoemd worden. Een enkele keer bereikt ook in Nederland een windhoos de kracht van een sterke (Amerikaanse) tornado, zoals op 1 juni 1927 bij Neede (F4) en op 25 juni 1967 bij Chaam en Tricht (F3). Ook in Oostmalle (België) vond op deze laatste datum een tornado plaats. Op 6 oktober 1981 vonden 17 mensen de dood, toen een vliegtuig op weg van Rotterdam Airport naar Hamburg in de buurt van de Biesbosch in een tornado vloog. Alle 16 inzittenden en een getuige aan de grond kwamen om het leven. Op 1 oktober 2001 (F2) werd een automobiliste nabij het Zeeuwse Graauw met auto en al opgetild, waarbij zij zware verwondingen opliep.

Bronnen: Het weer nader verklaard van het KNMI: http://www.knmi.nl/voorl/nader/tornado.htm