« Back to Glossary Index

Sneeuw

In Noord Europa is sneeuw in de wintermaanden een normaal verschijnsel. Vele bergtoppen over de gehele wereld zijn er permanent mee getooid. De Kilimanjaro in Tanzania heeft een permanente sneeuwkap, terwijl de berg slechts 3 graden ten zuiden van evenaar ligt.

Sneeuwvlokken beginnen als hele kleine ijskristallen in wolken op middelbaar en hoog niveau in onze atmosfeer. De afzonderlijke ijskristalletjes groeien geleidelijk aan elkaar en vormen zo sneeuwvlokken. Zodra de sneeuwvlokken groot genoeg zijn vallen ze naar de grond. IJskristallen nemen afhankelijk van de temperatuur en de vochtigheid van de omringende luchtmassa vele vormen aan. De Amerikaanse boer William Bentley maakte duizenden foto’s van sneeuwvlokken. Hij constateerde dat er geen twee vlokken gelijk zijn! Vrijwel alle neerslag die in Nederland valt begint als sneeuw. Meestal smelt de sneeuw onderweg en valt uiteindelijk als regen op de aarde. Het smeltproces onttrekt echter warmte aan de omringende lucht, waardoor de luchttemperatuur daalt. De kans dat de sneeuw die daarna nog valt de grond bereikt wordt dus groter.

Sneeuw kan in veel verschillende vormen de grond bereiken. Dit is sterk afhankelijk van de wind, de luchttemperatuur en de luchtvochtigheid. Bij luchttemperaturen beneden het vriespunt ontstaan kleine poederachtige vlokken die ideaal zijn voor de wintersport. Sneeuwvlokken die bij temperaturen rond het vriespunt worden gevormd zijn groter en natter en blijven vaak aan koude oppervlakten kleven. Als de sneeuw eenmaal is gevallen kan ze gedeeltelijk smelten en weer opnieuw bevriezen, waardoor de sneeuw harder en compacter wordt.