« Back to Glossary Index

Supernova

Supernova’s zijn het spectaculaire, explosieve einde van massieve sterren. Wanneer de explosie zelf plaatsvindt, kan deze net zo sterk schijnen als een geheel sterrenstelsel! Er zijn twee soorten supernova’s:

Type 1

Het eerste type supernova’s heeft betrekking op een dubbelster-systeem. Eén van deze sterren is een witte dwerg (zie sterren voor meer informatie), welke een grote zwaartekracht uitoefent op de andere, nog ‘levende’ ster. Door deze zwaartekracht wordt er materiaal van de ster overgedragen naar de witte dwerg in een soort van ‘materie-slurf’. De materie blijft zich ophopen op de witte dwerg, waardoor deze in een staat van thermonucleaire instabiliteit komt. Dit veroorzaakt een enorme explosie, wat voor beide sterren een wisse dood betekent.

Type 2

Een type 2 supernova vindt plaats wanneer een grote ster niet meer ondersteund wordt door nucleaire energie. Als de waterstof van een ster ‘op’ is, gaat de ster over tot het samensmelten van heliumkernen tot zuurstof en koolstof. Als de ster groot genoeg is, stijgt vanwege de gravitatiekrachten de interne temperatuur tot een temperatuur waarbij het voor de ster mogelijk wordt deze elementen weer samen te voegen tot magnesium, neon en zuurstof. Bij deze reactie komt energie vrij. De druk en temperatuur stijgen verder, waardoor de elementen zwavel en silicium gevormd kunnen worden. Deze twee elementen samen vormen onder grote druk het element ijzer. Ook hier komt nog energie vrij.

Hier stopt de kernfusie, want als ijzer gefuseerd wordt komt er geen energie meer vrij, maar kost dit energie! Door de aanhoudende krachten wordt de kern instabiel en deze klapt ineen. Dit veroorzaakt een enorme explosie (met bijbehorende schokgolven) welke de buitenste lagen van de ster de ruimte in blaast. Deze explosie kan tijdelijk even helder ‘schijnen’ als een heel sterrenstelsel!!

In sommige gevallen krimpt de overgebleven ijzerkern verder ineen en vormt een zogenaamde neutronenster.