« Back to Glossary Index

Orionnevel

Het sterrenbeeld Orion is heel gemakkelijk te herkennen, het heeft een de vorm van een reusachtige zandloper. In de maanden december en januari staat Orion rond een uur of tien pal in het zuiden. Onder Orion bevindt zich het sterrenbeeld Grote Hond met daarin de helderste ster van de noordelijke sterrenhemel, Sirius.

De uiteinden van de zandloper worden gemarkeerd door de sterren Betelgeuze en Bellatrix aan de bovenkant en Rigel en Saiph aan de onderkant. De sterren Alnitak, Alnilam en Mintaka vormen het midden van de zandloper ofwel de gordel van Orion. Deze sterren vormen het uitgangspunt om de Orionnevel te vinden. Vanuit de middelste gordelster, Alnilam, gaan we in een rechte lijn naar beneden tot we een drietal sterren tegenkomen: het zwaard van Orion.

Bij de middelste van deze sterren vinden we de Orionnevel. Wanneer we niet gehinderd worden door storende verlichting zoals de Maan of straatverlichting kunnen we de nevel met het blote oog onderscheiden. In een verrekijker zien we de nevel als een wazige wolk rond een aantal wat helderdere sterren. In een kleine telescoop wordt de lichtgroene kleur van de nevel zichtbaar. Door een telescoop zien we nevel in al haar pracht. In de grillige vorm zijn duidelijk lichte en donkere gebieden te onderscheiden evenals ijle sliertvormige uitlopers.

In deze nevel op een afstand van ruim 1500 lichtjaar is het geboorteproces van sterren in volle gang. Het is een kraamkamer van het heelal. De Nederlander Huygens ontdekte in de 17de eeuw als eerste in het centrum van de nevel een drietal sterren. We weten nu dat deze sterren inderdaad, kosmisch gezien, pas ‘geboren’ zijn. Later zijn nog drie sterren in de nevel ontdekt. Ze vormen gezamenlijk het bekende trapezium in de nevel. Vier van deze sterren zijn al met een 60 mm kijker te zien. Voor de andere twee is een groter instrument nodig.