« Back to Glossary Index

Onweer

Onweer is gekoppeld aan buienwolken, die we kunnen herkennen aan de karakteristieke aambeeldvorm aan de bovenzijde. Wanneer de “motor” in zo’n wolk goed gevoed wordt met warmte en vocht kan er een elektrische ontlading in de vorm van onweer volgen. In de wolk is het een gekrioel van hele kleine waterdruppeltjes en jskristalletjes. Door de sterke stijgwinden in dit soort wolken worden waterdruppeltjes en ijskristalletjes tegen elkaar aan gesmeten. Hierdoor krijgen de ijskristalletjes een positieve lading en gaan boven in de bui zitten. De waterdruppeltjes nemen een negatieve lading aan en gaan onder in de bui zitten.

Door deze ladingverdeling worden de elektronen, die er normaal voor zorgen dat de aarde negatief geladen is, in het aardoppervlak gedreven zodat de aarde vlak onder de bui positief geladen wordt. Op een gegeven moment is het ladingsverschil zo hoog opgelopen dat er een ontlading plaats vindt tussen de aarde en de wolk, tussen twee wolken onderling of tussen de wolk en de lucht.

Vaak is één bliksemflits niet voldoende om het ladingsverschil op te heffen, met als gevolg dat het bliksemkanaal meerdere keren achter elkaar wordt gebruikt. Na de bliksemflits volgt een al dan niet een oorverdovende knal of gerommel. De lucht rond het bliksemkanaal wordt in 1/10.000 van een seconde opgewarmd tot 30.000°C!! Als reactie zet de lucht “bliksemsnel” uit om vervolgens weer heel snel te krimpen. Dit krimpen gaat gepaard met veel herrie in de vorm van de donder. Per dag zijn er 50.000 onweersbuien actief waarbij het in totaal wel 100 keer per seconde tot een ontlading komt. Dit zijn wereldwijd meer dan 8 miljoen ontladingen per etmaal!!