« Back to Glossary Index

Meteoren

Behalve planeten en planetoïden bevinden zich in het zonnestelsel gigantische hoeveelheden brokjes kosmisch gruis (meteoroïden), die tijdens hun baan om de zon de aarde passeren. Als zo’n brokje met grote snelheid tegen de atmosfeer van de aarde botst, verbrandt het door de wrijvingswarmte. We zien een “vallende ster” (meteoor).

Deze meteoren zijn meestal heel erg klein (enkele millimeters) en komen met een gangetje van ca. 70 km/sec! de atmosfeer van de aarde binnen. Grote meteoroïden kunnen extreem helder oplichten als ze de aardse atmosfeer binnendringen. Soms zijn ze helderder dan de volle maan! We noemen dit dan een bolide. Als de meteoroïde zo groot is dat er na de tocht door de atmosfeer nog materiaal over blijft komt het restant op aarde terecht (meteoriet). Heel af en toe is dit restant zo groot dat er op aarde een heuse krater geslagen wordt, denk maar aan de krater in Arizona.

Op bepaalde dagen van het jaar zijn er heel veel meteoren te zien. Op zo’n moment doorkruist de aarde de baan van een meteoroïde zwerm., afkomstig van bijvoorbeeld komeetresten. door vertekening, perspectief genaamd, lijken alle meteoren uit zo’n zwerm uit één punt te komen. Dit punt noemen we de radiant van de meteorenzwerm. De naam van de zwerm is afgeleid van het sterrenbeeld waarin de radiant zich bevindt. In de maanden juli en augustus beweegt de aarde door een gebied met restanten van de komeet Swift-Tuttle. Vanaf de aarde gezien lijken al die meteoren uit het sterrenbeeld Perseus te komen. De meteoren uit deze zwerm worden dan ook Perseïden genoemd. Ze zijn zichtbaar tussen 17 juli en 24 augustus.