« Back to Glossary Index

Sirius

Sirius, systematische naam alpha Canis Majoris is (na de Zon) de helderste ster aan de hemel. Het is ook een van de dichtstbijstaande sterren. De ster maakt deel uit van het sterrenbeeld Grote Hond en wordt ook wel de Hondsster genoemd. Als Sirius niet te zien is aan de hemel, zijn er de hondsdagen.

In 1834 merkte Bessel op, dat Sirius geen rechte baan aan de hemel beschrijft, maar een golflijn. Hij nam aan dat Sirius een onzichtbare begeleider bezit: beide sterren wentelen om elkaar heen, waardoor de baan van Sirius golvingen vertoont. Later werden de banen zelfs berekend, zonder dat de begeleider ooit was waargenomen.

Deze component werd in 1862 door Clark voor het eerst gezien. Het bleek dat ze van de 7e grootte was en dus theoretisch gemakkelijk met een zeer kleine kijker waar te nemen moest zijn. Dit is niet het geval, omdat het sterke licht van Sirius de begeleider overstraalt. Sirius B was de eerste witte dwerg die gevonden werd: de diameter (zon=1) is slechts 0,022, de massa echter (zon=1) 0,99. De gemiddelde afstand A-B is 20 A.E., de periode is 49,9 jaren, schijnbare magnitude 8,4, absolute magnitude 11,3.

Sirius A: massa (zon=1) 2,35, diameter (zon=1) 1,9. Afstand 7,8 lichtjaren, schijnbare magnitude -1,6, absolute magnitude 1,3, spectrum Ao, visuele lichtsterkte (zon=1) 23.