« Back to Glossary Index

Phobos (Marsmaan)

Phobos is de grootste van de twee manen van Mars : Deimos en Phobos. Phobos is het dichtst bij Mars van de twee manen, op zo’n 6000 km boven het oppervlak van Mars. Met een diameter van ongeveer 22,2 km en een massa van 1.08×1016, is het een van de kleinste maantjes in ons zonnestelsel en lijkt ook op een aardappel. Het probleem is echter wel dat Phobos zich onder het minimum van de geschikte synchronisatiehoogte bevindt en elke eeuw 1,8 meter dichter bij Mars komt te liggen. Binnen zo’n 50 miljoen jaar zou Phobos hierdoor op Mars kunnen botsen en enkel een grote krater achter laten, maar vermoedelijk zal Phobos voor de inslag uit elkaar spatten en een planetaire ring vormen rond Mars. De naam is afkomstig uit de Griekse mythologie. Phobos was de zoon van Mars en Venus. De naam komt terug in de woorden “phobia” en “fobie”, wat angst betekent. Phobos werd, evenals Deimos, de tweede maan van Mars, ontdekt door Asaph Hall op 18 augustus 1877 en is gefotografeerd door Mariner 9 in 1971, Viking 1 in 1977 en door het ruimtevaartuig Phobos in 1988.

Phobos en ook zijn broertje Deimos zijn waarschijnlijk twee ingevangen planetoïden. De Mars Global Surveyor ontdekte echter dat Phobos bestond uit een gedeelte ijs en een gedeelte steen en dat, hij net zoals onze maan, bedekt is met een stoflaag van ongeveer een meter dik. Het ruimtevaartuig Phobos 2 nam ook gassen waar, die aan het oppervlak van de maan ontsnapten. Het ruimtevaartuig Phobos 2 stopte te snel met functioneren om de gassen nog te kunnen identificeren. Men denkt dat deze gassen waterdamp zijn.