« Back to Glossary Index

Xenonlamp

Xenonlampen worden onder andere in ruimtevaartcentra gebruikt om zonnestraling na te bootsen. In een volledig afgeschermde ruimte wordt dan met heel sterke xenonlampen een satelliet beschenen, zodat bijvoorbeeld gekeken kan worden of het hitteschild genoeg warmte verdraagt of dat een zonnepaneel, waarmee elektriciteit wordt opgewekt, wel voldoende capaciteit levert.

Een gewone lamp met gloeidraad, meestal wolfraam, geeft licht doordat de gloeidraad straling in het zichtbaar licht gaat uitzenden als hij warm wordt (door er een electrische stroom doorheen te sturen).

Een xenonlamp wordt a.h.w. “ontstoken” door een hele hoge electrische spanning, tot wel 20000 volt, los te laten tussen electroden die in de lamp zitten. Hierdoor wordt het xenongas geioniseerd; het wordt dus Xe+. Echter, Xe houdt er niet zo van om geioniseerd te zijn, dus het kost relatief veel energie om dit voor elkaar te krijgen, vandaar dus die hoge spanning. Als Xe+ weer een electron opneemt en weer Xe wordt, zendt het daarbij een lichtdeeltje uit, omdat het anders zijn energie niet kwijt kan.

Ondanks dat het veel energie kost om Xe te ioniseren, is een xenonlamp veel energie-efficienter dan een gewone gloeilamp, waar hooguit 2 procent van de energie wordt omgezet in licht. Een xenonlamp gaat ook langer mee, omdat er geen gloeidraad in zit, welke aan hevige slijtage onderhevig is.