« Back to Glossary Index

Vulkaanuitbarsting

Een vulkaan is een geologische structuur, veelal in de vorm van een (kegelvormige) berg, waardoor magma uit de mantel het oppervlak van een planeet kan bereiken. Wanneer dit magma onder hoge druk en met hoge temperatuur de oppervlakte bereikt, wordt dat een eruptie genoemd.

Op aarde worden vulkanen vooral aangetroffen in gebieden waar continentale platen aan elkaar grenzen. Een uitzondering hierop vormen hotspots. Dit zijn gebieden waar zeer hete magma dwars door de aardkorst heenbrandt. Ook op andere steenachtige planeten en manen binnen ons zonnestelsel komen vulkanen voor. De wetenschap waarbij vulkanen en vulkanisme wordt bestudeerd is vulcanologie.

Soorten vulkanen

Een veelgebruikte klassificatie voor vulkanen is op basis van de samenstelling van het materiaal dat ze uitspuwen. Als het magma een hoge concentratie siliciumdioxide bevat (meer dan 65%) wordt het stroperig en zal de eruptie explosief verlopen. Na de eruptie stolt het magma, dat in dat stadium lava genoemd wordt, relatief snel. De Lassen Peak in Californië is hiervan een goed voorbeeld. Bij lage concentraties siliciumdioxide wordt de magma meer vloeibaar en zal de eruptie minder explosief verlopen. De uitgespuuwde lava kan door de hoge vloeibaarheid langere afstanden afleggen. Vulkanen van dit type worden onder andere aangetroffen op IJsland.

Bij een andere klassificatiemethode wordt naar de vorm van de vulkaan gekeken. Schildvulkanen zijn gevormd door soepel vloeiende lava, waardoor ze over een breed en langzaam verlopend profiel beschikken. Deze vulkanen zijn vaak al zeer oud en zijn het resultaat van vele uitbarsingen. De grootste vulkanen op aarde zijn van dit type. De Mauna Loa op Hawaï met een doorsnede van 120 km is hiervan een duidelijk voorbeeld. Kegelvulkanen ontstaan als veelal kleine rotsblokken door de vulkanische opening worden uitgeworpen en zich daaromheen ophopen. Hierdoor onstaat er een kegel met in het midden een krater. Stratovulkanen zijn het tegenovergestelde van schildvulkanen omdat ze ontstaan uit zeer kleverige lava die hard wordt voordat het zich ver kan uitspreiden. Het gevolg hiervan is een vulkaan met steile wanden. De Fuji in Japan is een bekend stratovulkaan. Het laatste type vulkanen vormen de supervulkanen. Deze vulkanen zijn geen bergen, maar kloven of gaten in het terrein.

Gedrag van vulkanen

Vulkanische activiteit gaat vaak gepaard met aardbevingen. Lichte aardbevingen in de buurt van vulkanen wijzen vaak op een naderende eruptie. Ook gas-emissie kan wijzen op verhoogde activiteit. Maar het is ook mogelijk dat vulkanen jarenachtereen roken, zonder tot eruptie te komen. Aan de andere kant kunnen vulkanen ook zonder voorafgaande aanwijzingen ineens actief worden.

Dode vulkanen zijn vulkanen waarbij de aardkorst in de loop der tijd dusdanig is dichtgegroeid dat er geen magma meer doorheen kan komen. Vulkanen die al lange tijd (enkele eeuwen, over precieze tijdsduur zijn de meningen verdeeld) geen activiteit vertonen worden slapende vulkanen genoemd. Tenslotte zijn er de actieve vulkanen die hooguit enkele jaren geen activiteit vertonen. Maar ook slapende vulkanen kunnen onverwacht tot uitbarsting komen.

In de omgeving van vulkanen worden soms ook geisers en warmwaterbronnen aangetroffen omdat de aardkorst daar dunner is dan op ander plaatsen.