« Back to Glossary Index

Reflector

De eerste reflector is door de Engelsman Isaac Newton in 1668 in elkaar gezet. Aanvankelijk gebruikte men holle, metalen spiegels die van slechte kwaliteit waren en snel versleten, ze vertoonden veel beeldfouten. Op een gegeven moment had men de kunst van het slijpen en polijsten van dergelijke metalen spiegels onder de knie en zijn er met dergelijke metalen spiegels vele grote ontdekkingen gedaan.

Tegenwoordig zijn de spiegels gemaakt van glas. Op het glas wordt een metaallaagje gedampt. Vroeger gebruikte men hiervoor zilver maar zilver heeft als nadeel dat het snel dof wordt. Daarom gebruikt men nu maak legeringen met als hoofdbestanddeel aluminium. Om veroudering tegen te gaan en de kwaliteit van de spiegel verder te verhogen wordt de metaallaag afgedekt met een coating van kwarts.

Newton-telescopen zijn onder amateur-astronomen mateloos populair omdat ze relatief gemakkelijk te maken zijn. Vergeleken met een refractor van dezelfde grootte zijn ze veel goedkoper te produceren. Ze zijn lichter en gemakkelijker te transporteren. Nadelen van reflectoren zijn hun kwetsbaarheid en hun geringere beeldcontrast waardoor fotograferen vaak moeilijker is vergeleken met een refractor.

Een Newton-telescoop is moeilijker te bedienen als een refractor. Het vergt enige gewenning om objecten aan de hemel te kunnen vinden omdat het oculair zich haaks op de kijker bevindt in plaats van in het verlengde van de buis.